door Jim Postma

In een bomvolle Hoflaankerk in Rotterdam-Kralingen is de 79 jaar oud geworden uitgever Willem Donker (1938-2018) op een sublieme wijze herdacht door zeker zo’n 500 vertegenwoordigers uit het literaire wereldje van hier, als van ver buiten de stad. Met een uitgebreid programma van sprekers, muziek en zang. ‘Donker is hier duidelijk in het Licht gezet’, sprak een van de deelnemers poëtisch.
De presentatie was in handen van Luuk de Boer. Naast familieleden, zoals Willems zus Margriet Donker, waren er bekende sprekers uit de uitgevers- en boekenwereld, zoals Maria Heiden, Pieter Kers en voormalig centrale bibliotheekdirecteur Frans Meijer (op de compilatiefoto midden-rechts).De echtgenote van Willem Donker, mode-ontwerpster Jos Exler, vormde in dit kader van het ‘Licht’ een stralend middelpunt, samen met zijn zonen en zijn kleinkinderen die het schitterend beschilderde doek voor over de kist hadden ontworpen.
Willem Donker overleed vorige week zondag 7 oktober plotseling, tijdens een wandeling in de buurt van de Leuvehaven. Een reanimatie mocht niet meer baten. Hoewel al aardig op leeftijd, kwam zijn overlijden toch voor zijn vele bekenden als een ‘shock.’
Maria Heiden, voormalig eigenaar van boekhandel v/h Van Gennep aan de Oude Binnenweg, sprak onder meer het volgende: ‘’Het eerste beeld van Willem dat bij mij opkomt zijn de nieuwjaarsborrels, lang geleden, toen de Rotterdamse Boek Verkopersbond nog bestond. Als de officiële plichtplegingen achter de rug waren en iedereen nog steeds vrolijker werd, wachtten we allemaal op het mooiste moment van de avond. Als Willem met zijn indrukwekkende lengte op een stoel klom en gedichten voordroeg uit het hoofd. Als hij dat achter de rug had werd hij doldriest en richtte het woord speciaal aan de boekverkopers. Hij begon altijd met: ‘Jullie boekverkopers!…
Ze bestelden volgens Willem te weinig bij zijn uitgeverij, hoe was het mogelijk met al die mooie boeken en er volgde een lange en vileine tirade hoe dom wij waren.Daarna werd er veel gelachen, veel geproost en veel vriendschappen gesloten.
Willem had zoals dat heet: de gave van het woord. In 1989 schreef de Belgische consul die hem gesproken had, een brief aan hem. Daarin stond onder andere, ik citeer: ‘’Uw poëtische aanleg, uw virtuositeit van de Nederlandse taal, uw heldere geest, uw sterk ontwikkeld geheugen, uw muzikale stembanden en uw klare inzicht in de menselijke psychologie. In één woord: uw niet te overtreffen dichtkunst. Aan al deze onschatbare talenten breng ik thans een warme hulde. Uw bestaan blijft in mijn leven gebeiteld’’, aldus deze consul.
Hoewel het woord uniek sleets overkomt, was Willem uniek in de ware zin van het woord. Willem was een unieke uitgever. Hij had een uniek leven met mooie en verdrietige gebeurtenissen en soms een hang naar melancholie. Hij was een unieke Rotterdammer die ten volle heeft geleefd. Je kunt Willem niet vergeten. Ik besluit met de meest beroemde regels van Gerard Reve die volmaakt zijn leven duiden: Het is gezien. Het is niet onopgemerkt gebleven.’’ Aldus een fragment uit de toespraak van Maria Heiden, die op de compilatiefoto (rechtsonder) de kerk betreedt samen met oud-burgemeester Bram Peper.

Print Friendly, PDF & Email