Laten we het eens anders aanvliegen

mainImage
Laten we het eens anders aanvliegen

Binnenkort gaan we het in de Rotterdamse politiek hebben over de toekomst van onze luchthaven Zestienhoven. Ik gebruik hier gewoon de oorspronkelijke naam in plaats van het trendy ‘Rotterdam The Hague Airport’.

We mogen als Rotterdammers best een beetje trots zijn op ons Zestienhoven, het van oudsher lieflijke regionale luchthaventje dat vooral het zogenaamde ‘kleinzakelijke verkeer’ vervoert. En ach, zo af en toe ook een vluchtje naar Barcelona, de stad van ‘onze’ Johan Cruijff, moet kunnen toch?

Maar Zestienhoven moet kennelijk ineens mee in de ‘rat race’ van de luchtvaart. Een overspannen markt met veel te goedkope tickets en (dus) een explosief stijgende vraag.

Voor- en tegenstanders zijn het er over eens: als de luchtvaart in het huidige tempo doorgroeit is er een vertienvoudiging van het luchtverkeer in 2050. En al in 2040 zal de Nederlandse luchtvaart zelfs álle Co2-ruimte innemen.

En Zestienhoven is ook al lang niet meer die kleine regionale luchthaven gespecialiseerd in kleinzakelijk vervoer. Ondertussen bestaat 70/75% procent uit (goedkope) vakantievluchten. Die kleinzakelijke markt van weleer bestaat helemaal niet meer sinds de luchtvaart in Europa in 2001 is geliberaliseerd.

Zestienhoven kan dus niet anders en moet die markt wel pakken. En wat het nog erger maakt: de maximale hoeveelheid zogenaamde ‘slots’ (momenten waarop vliegtuigen mogen vliegen) móéten uitgegeven worden, anders stappen luchtvaartmaatschappijen naar de rechter en dwingen ze het af (zo geschiedde afgelopen zomer bij Schiphol). Daarom is het in de zomermaanden veel te druk in de Rotterdamse lucht, de ‘slots’ die namelijk niet verkocht kunnen worden in het laagseizoen verplaatsen allemaal naar het hoogseizoen.

De vraag is nu: doen we mee aan die ‘rat race’ of niet?
Ik zeg: niet doen.

Mijn belangrijkste reden daarvoor is: er is simpelweg geen ruimte voor groeiende regionale luchthavens en zeker niet een luchthaven zo dichtbij ‘mainport’ Schiphol.

Letterlijk geen ruimte omdat we nu al zien dat de zogenaamde ‘interferentie’ (het gebruik maken van hetzelfde stukje lucht) met Schiphol enorm is en het Zestienhovense verkeer daardoor laag moet vliegen om de veiligheid in het luchtruim niet in het geding te brengen. Gevolg: meer overlast en meer schade aan het milieu.

Maar ook figuurlijk is er geen ruimte. De spankracht van onze maatschappij kan het niet meer aan. Kijk maar naar de grote protesten rondom vliegveld Lelystad, maar ook rondom de groeiplannen van Schiphol. Ook hier in Rotterdam zijn er klachten in Overschie en Hillegersberg-Schiebroek, maar ook uit het naastgelegen Lansingerland en Schiedam en ondertussen zelfs uit Hoogvliet.

Natuurlijk zijn veel zaken ‘out of our hands’. Het beprijzen van kerosine, het bepalen van het maximale luchtverkeer in Nederland. Maar laten wij als Rotterdammers nou gewoon onze typerende nuchterheid opbrengen en zeggen: jongens, wij doen hier niet aan mee. Wij willen niet dat Zestienhoven verder groeit.

En wie weet, wie weet werpen we wel de eerste steen.


Foto: Digitaal Dagblad