Duizenden mensen die staan te springen op harde beats of opgaan in de stevige klanken van elektrische gitaren. Een dansende mensenmassa zorgt tijdens een concert voor heel wat warmte. Met die warmte kun je andere gebouwen verwarmen.

Het klinkt misschien wat surrealistisch, maar verschillende partijen in Rotterdam werken nauw samen aan deze innovatie. Het vernieuwde Ahoy is de eerste concertzaal die overtollige warmte afstaat aan andere gebouwen.

Het nieuwe congrescentrum is waarschijnlijk het eerste gebouw dat wordt verwarmd met de warmte die de mensenmassa tijdens een concert in Ahoy produceert. De gebouwen worden via buizen met elkaar verbonden. Normaal gesproken verdwijnt de warmte in de buitenlucht. ”Maar binnen dit project kijken we naar nieuwe manier om restwarmte te gebruiken”, zegt Albert Engels.

Europese samenwerking
Engels is bij de gemeente Rotterdam projectleider van Ruggedised. Binnen dit project werken zes steden in Europa samen om zichzelf klaar te maken voor een duurzame toekomst. Iedere stad ontwikkelt en test nieuwe technieken. Rotterdam doet dit in het zogenoemde Hart van Zuid. ”Door samen te werken, leren we van elkaar wat werkt en wat niet”, zegt Engels. ”De andere steden zijn echt onder de indruk van waar wij mee bezig zijn.”

Het project loopt 5 jaar (tot en met 2020) en is een initiatief van de Europese Commissie. In Rotterdam werkt de gemeente samen met TNO, KPN, RET, Future Insight, Eneco, Erasmus Universiteit en Ballast Nedam. Samen hebben ze 17,5 miljoen euro subsidie uit Europa gekregen.

13 projecten
De partijen werken samen aan in totaal 13 projecten. Het project met de restwarmte uit Ahoy valt onder de ontwikkeling van een zogenoemd thermisch grid, waarbij warmte wordt verdeeld tussen gebouwen. Ook zijn er innovaties met slimme sensoren in bijvoorbeeld lantarenpalen en afvalcontainers. De RET werkt aan de inzet van elektrische bussen en een nieuwe ‘slimme’ dienstregeling.

Engels: ”We kunnen niet zomaar vrijblijvend innoveren. Het moet echt resultaat opleveren. Dat betekent niet dat projecten niet mogen mislukken, maar Europa wil er wel van leren voor de toekomst. Wat werkt, kan ook in andere steden worden toegepast.”

Print Friendly, PDF & Email