Het recht om te demonstreren staat onder druk. Het lukt gemeenten en politie niet altijd om dat recht te waarborgen. ”De overheid neigt naar risicomijdend gedrag”, aldus Nationale ombudsman Reinier van Zutphen. Hij roept gemeenten en politie op om demonstraties volledig en zonder voorbehoud mogelijk te maken. Ook moeten zij terughoudend zijn bij het opleggen van beperkingen en voorschriften.

Van Zutphen doet zijn oproep in het rapport ‘Demonstreren, een schurend grondrecht?’ In dit onderzoek komt de vraag aan de orde welke waarde en welk draagvlak het demonstratierecht heeft in de huidige samenleving.

Burgemeesters en politie moeten vaak afwegingen maken tussen enerzijds het recht van demonstranten om zonder beperkingen actie te voeren en anderzijds het belang van openbare orde en veiligheid te handhaven. Voorbeelden daarvan zijn de Eritrese conferentie in Veldhoven (april 2017), een Pegida-demonstratie in Groningen (april 2017) en anti-Zwarte Piet-demonstraties in onder meer Maassluis (december 2016) en Dokkum (december 2017).

Volgens Van Zutphen moet de essentie van het grondrecht tot demonstreren voorop staan. ”Die essentie is dat de overheid zich tot het uiterste moet inspannen om demonstraties te faciliteren en te beschermen, zodat burgers in vrijheid hun mening – hoe impopulair ook – kunnen laten horen. Elke andere houding van de overheid doet afbreuk aan de kern van het demonstratierecht.”

In zijn rapport beveelt de Nationale ombudsman aan om demonstranten te beschermen tegen ordeverstoringen zodat alle burgers hun stem kunnen laten horen. Ook adviseert hij om bij voorkeur pas na afloop van de demonstratie mensen aan te houden om escalatie te voorkomen.

Aan de andere kant moet de demonstrant zijn actie tijdig aanmelden en goed contact houden met de overheid. Hierdoor is de kans op een soepel verloop zo groot mogelijk.

Print Friendly, PDF & Email

Laat een reactie achter