Terwijl de linkse politieke partijen in Amsterdam en Rotterdam flink wroeten in zelfs het plaatselijke slavernijverleden blijft het in Den Haag opmerkelijk stil. Behalve de Haagse Partij van de Arbeid heeft niemand behoefte om vierhonderd jaar terug in de geschiedenis te gaan. Ook het door de islam geïnspireerde Nida roert in de Hofstad de trom niet, terwijl Nourdin el Ouali in Rotterdam over dit onderwerp zijn Pvda-collega Co Engberts bijna om de hals valt.

In Rotterdam is er 200.000 euro beschikbaar gesteld voor een onderzoek naar het plaatselijke verleden. In Den Haag is er volgens het stadsbestuur weinig interesse voor zelfs een slavernijmonument. PvdA-raadslid Mikal Tseggai had er wel naar gevraagd, juist omdat Den Haag juist de stad van Vrede en Recht is, maar moet met een nee genoegen nemen.

Wel is er door het Haags Historisch Museum enkele jaren geleden een platform ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van Haagse erfgoedinstellingen en migrantenorganisaties. Het doel is initiatieven te ontwikkelen op het terrein van het gemeenschappelijke erfgoed, inclusief slavernij. Nieuw is dat elk jaar op 1 juli met het Keti Koti Festival de afschaffing van de slavernij in Suriname herdacht. Afgelopen zomer was dit voor ’t eerst.

Print Friendly, PDF & Email