In maart 2002 liep ik met Fortuyn door de gangen van een leeg stadhuis. De portefeuilles van de wethouders werden verdeeld en ik maakte bezwaar tegen het feit dat Onderwijs naar een CDA’er zou gaan. “Hoe kan je nou het openbaar onderwijs in handen geven van iemand die zelf voor christelijk onderwijs kiest?”, vroeg ik.

“Juist zo’n christelijk mannetje kan zich niet permitteren om er met zijn pet naar te gooien of partijdig te zijn. Iedereen kent de situatie”, antwoordde mijn fractievoorzitter.

Met deze redenatie in het achterhoofd vond ik de door sommigen in mijn kringen als provocerend ervaren voordracht van Rosenmöller als informateur in onze stad eigenlijk niet zo slecht. Iedereen kende zijn geschiedenis in onze stad als stakingsleider en iedereen was bekend met zijn voorliefde voor linkse dictators als Pol Pot en Mao, die miljoenen slachtoffers hebben gemaakt. Zijn ware aard kwam natuurlijk al om de hoek kijken, toen zijn vrouw zwanger werd en hij openlijk zei, dat hij zijn kinderen liever zag opgroeien in Het Gooi dan in de Messchertstraat vlak bij het Mathenesserplein.

Eigenlijk verwacht je dan niets meer te horen van zo’n iemand, zeker niet na de val van het IJzeren Gordijn in 1989 toen de verschrikkingen die zich in het Oostblok hadden afgespeeld bekend werden. Toen ook voltrok zich één van de merkwaardigste en geruisloze politieke metamorfoses van mijn tijd. De keiharde communistische leiders veranderden binnen één jaar in milieuactivisten.

Het enige dat overbleef was hun intolerante houding ten opzichte van andersdenkenden. In de DDR noemde men de Berlijnse muur al de antifascistische verdedigingswal en ook de oud kameraden van Groen Links trokken zonder pardon de ‘fascistenkaart’ tegen politieke tegenstanders, zoals ik aan den lijve ondervond in 2002.

Van een braaf schoolmeestertje binnen een maand tot iemand die wil aanzetten tot deportaties uit onze stad (beschuldiging fractievoorzitter GroenLinks aan mijn adres).

Aanvoerder van de hetze tegen mijn politieke voorman was de rabiate oud communist Rosenmöller, die een blauwe maandag in de Messchertstraat had gewoond. Ik ga zijn toenmalige beschuldigingen niet herhalen, maar ze staan nog allemaal geregistreerd op Youtube.

En toch vond ik de recente keuze voor hem als formateur niet zo’n slechte. Zeker niet nadat Joost Eerdmans direct zijn voor Leefbaar Rotterdam zo dubieuze rol in het verleden benadrukte. “Hij kan het zich niet permitteren er met zijn pet naar te gooien of partijdig te zijn”, gonsde nog in mijn hoofd. Dus kan hij de verreweg grootste partij niet uitsluiten.

Zo dacht ik tot ik zijn schaamteloze pleidooi voor salarissen boven de Balkenendenorm las. Van Saulus tot Paulus. Als dat het geval is, dan durf je ook Leefbaar Rotterdam wéér te bruuskeren.

 

 

Print Friendly, PDF & Email