Door Jan D. Swart

De selectie van Sparta overbrugt deze week de afstand van 222 kilometer naar Emmen voor de negende keer in veertien jaar. Vier van de voorgaande acht keer was de drie uur durende terugreis vanaf de Duitse grens naar Spangen van het niveau valderalderie. Twee keer was de rit met een gelijkspel acceptabel, maar even zo goed was het ook twee keer vanwege een nederlaag een reis waar gevoelsmatig geen einde aan kwam.

Thuis op Spangen hebben Sparta en Emmen elkaar in hun gezamenlijke eerste divisietijd keurig in bedwang gehouden: beide driemaal winst en verder twee gelijke spelen. In dertien van de zestien competitiewedstrijden was die gelijkmatigheid ook af te lezen aan de uitslagen. Wie verloor, verloor in de regel slechts met één doelpunt verschil.

De enige keer dat Sparta op de Oude Meerdijk in Emmen uit zijn slof schoot was in het seizoen 2004-2005. Toen won het met 0-5. Zes jaar later zouden de Spartanen dat op Het Kasteel nog één keer herhalen. De grootste zeperd haalde Sparta in Drenthe in 2002-2003 toen het met 3-0 klop kreeg. Maar dat was in het grootste rampjaar toen er na de eerste degradatie met trainer Frank Rijkaard zelfs een faillissement op de loer lag. De kooplieden Hans van Heelsbergen, Simon de Jong en Eric Agten zorgden toen voor herbronning.

Sparta heeft twee keer eerste divisie gespeeld en zich ook twee keer aan die anonimiteit ontworsteld. Emmen daarentegen is na ruim dertig jaar bijna inventaris. Het heeft weliswaar verschillende keren aan de promotierace naar de eredivisie deelgenomen – zelfs vijf keer achtereen aan het einde van de vorige eeuw – maar is er nooit in geslaagd die te bereiken.

Net als Almere City, dat afgelopen weekend als een vos in een kippenhok voor paniek heeft gezorgd in zowel Kerkrade als in Doetinchem, is ook Sportclub Emmen een outsider in de nacompetitie. Er bestaat behalve die zestien wedstrijden op tweedehands niveau ook nauwelijks iets van geschiedenis tussen Sparta en Emmen. Met uitzondering dan van de import van Wil en Jan van Beveren, die Sparta in 1965 voor een appel en ei aankocht toen Emmen nog een amateurclub was. De jongste zou met afstand uitgroeien tot de beste keepers van Nederland.
Het was de tijd dat Sparta een neus had voor talenten.

Ongetwijfeld zal Sparta mensen op de tribune hebben gehad bij de twee wedstrijden van Emmen tegen NEC, zoals men er ook van verzekerd kan zijn dat Advocaat de beelden ervan en óók die van de voorgaande potten van Emmen nu avond aan avond thuis afdraait om te weten te komen waar nu precies de kracht van dit elftal schuil gaat. Want in de competitie had Emmen de X-factor niet. Of in elk geval nauwelijks. Het eindigde als zevende. Daarmee weliswaar triomfantelijker dan Cambuur, Almere City, MVV en FC Dordrecht, maar zevende blijft vlees noch vis.

Door de komst van de jeugdelftallen van Ajax en PSV, die zich kwalitatief makkelijk los zingen van de rest maar toch slechts voor zoete koek meedoen, mag bijna elke eerste Jupiler Leagueclub een gooi doen naar de eredivisie. Dus ook Emmen. En in dat opzicht staat Sparta moreel en kwalitatief op voorsprong, maar mogelijk fysiek op afstand, omdat hun route de afgelopen negen maanden vele malen afmattender is geweest.

Er resteert nog 222 kilometer heen. En 222 kilometer terug. Voor Emmen ook, maar als het elftal van Dick Lukkien vanaf Eelde een klein vliegtuigje neemt duurt de reis maar twaalf minuten.


Nog 2 keer. Daarna wéér Rusland?


Jan van Beveren kwam in 1965 van Emmen naar Sparta.


Selectie Emmen.

Print Friendly, PDF & Email