De 71-jarige oud Rotterdammer André van Duin kan rekenen op de Ere-Nipkowschijf. Terwijl andere genomineerde programma’s nog met elkaar moeten concurreren kan de rasartiest zich opmaken voor de huldiging. Recent was hij op televisie te zien als presentator van Heel Holland Bakt en als acteur in Het geheime dagboek van Hendrik Groen.

Van Duin, die vanuit Delfshaven (Watergeusstraat) bekend werd als bandparodist en eerst jarenlang door met name de VARA en VPRO en linkse kranten werd gemeden, maar later wel de algemene waardering kreeg en uiteindelijk uitgroeide tot de populairste clown van Nederland, krijgt de schijf prijs voor zijn veelzijdigheid.

Over de boycot van vroeger zei hij in 1981 tegen Jan D. Swart en Johan Derksen (in hun serie boeken Kanjers, Culthelden & Engnekken): ”‘Ik ben langdurig de grond ingeboord. Nico Scheepmaker schreef dat alles wat ik deed grensde aan culturele criminaliteit en dat hij voor een moeilijke beslissing stond, maar dat het waarschijnlijk toch zelfmoord zou worden. Ik was lid van de knipseldienst, dus ik las alles. En ik was niet zoals mij andere collega’s die dan zeiden: zolang ze over je schrijven, gaat het goed. Van die collega’s dacht ik altijd: dat is grootspraak. Het kon er bij mij niet in dat aanhoudende slechte publiciteit goed was. Als mensen blijven lezen dat het bagger is, gaan ze dat ook geloven.

Maar het publiek bleef wel komen, en het werden er steeds meer. En de kijkcijfers rezen de pan uit. Toen heb ik de knop omgedraaid, de knipseldienst opgezegd en gedacht: waarom zal ik alles laten bederven door een kleine intellectuele minderheid en wat is hun oordeel dan nog waard? Die minderheid is het vingertje, zegt mijn manager altijd, het vingertje van het engagement. Tien jaar geleden wist ik niet eens wat het betekende. Ik wist ook niet dat als je uit een arbeidersgezin kwam, dat er dan ergens in de top van het socialisme mensen zaten die zeiden: de arbeiders moeten mondig gemaakt worden. In die maatschappijleer paste Johnny Jordaan niet, en ik later evenmin.

Maar het gekke was toen, en dat vind ik nog steeds: niemand hoeft toch goed te vinden wat ik doe. Ik claim niks. Ik leg niks op. Ik vermaak die mensen die het leuk vinden om door mij vermaakt te worden. Eigen keuze en vooral vrijheid van keuze. Individuele identiteit. Dus als je er niks aan vindt, moet je er ook niet over willen schrijven. Blijf dan weg. Doe net alsof het niet bestaat. Of stuur iemand die het wel leuk vindt. Ik heb die kritiek gegeven moment door de plee getrokken. Ik ben veel makkelijker geworden. In een paar jaar tijd heb ik geleerd dat als ze je willen afkraken of afzeiken, dan doen ze het toch wel. Of ik me er nu aan erger, of niet aan erger, of ik het nu wel weet, of niet weet, het blijft allemaal lood om oud ijzer: ze doen het toch. En dan denk ik maar: ’s morgens de krant gelezen, ’s middags gaat de vis erin.”

Print Friendly, PDF & Email

Laat een reactie achter