Hopelijk heb ik met vier stukjes, laten zien dat geschiedschrijving een persoonlijke invulling van de schrijver(s) kan zijn.

Zwart en wit bestaan historisch gezien vrijwel niet. Zelfs niet tijdens de tweede wereldoorlog, zoals de historicus Chris van der Heijden –docent aan de school voor Journalistiek in Utrecht – in zijn boek Grijs Verleden duidelijk heeft aangetoond.

Sommige geschiedschrijvers en journalisten gebruiken de Procrustes-methode zoals ik het graag formuleer. Ze hebben een stelling en zoeken in het verleden naar gebeurtenissen en feiten om die stelling te bewijzen. Ze modificeren de geschiedenis naar hun eigen ideaal. Daarbij schromen ze niet hier en daar de waarheid geweld aan te doen en feiten extra te benadrukken of juist te verzwijgen.

Alle vier de stukjes, die ik heb geschreven over Piet Hein en Rembrandt zijn op die manier geschreven. Daarbij heb ik alleen vaststaande en algemeen bekende gebeurtenissen gebruikt, maar die wel persoonlijk geïnterpreteerd.

In het verleden werd de geschiedschrijving ook gebruikt om te straffen. De farao Echnaton die als eerste slechts één god wilde aanbidden (Ra, de zon) werd direct na zijn dood uit de geschiedenisboeken geschrapt en zijn beelden werden kapotgeslagen. Hetzelfde overkwam de Romeinse keizer Domitianus. Als straf dat hij de dure gladiatorenspelen amper meer liet houden en de belastingen hervormde werd hij uit de geschiedenis verbannen en werd zijn naam uit kronieken gehaald.

In mindere mate gebeurde het onze stad toen in een geschiedenisboekje voor scholieren over de periode van voor 2004 helemaal niets over Pim Fortuyn werd geschreven. Het boekje was trouwens opgedragen aan de lijsttrekker van de PvdA bij de gemeenteraadsverkiezingen die Fortuyn gewonnen had! Ik heb dus enige ervaring met de “objectieve“ geschiedschrijving in onze stad.

Cultureel marxisten zijn in ernstige mate geïnfecteerd met het “Weg met ons”-virus: Alle ellende op de wereld is terug te leiden tot de koloniale periode waarin het Westen, de witte mensen (dus niet het Franse blanc!), de wereld uitbuitte.

Het gevoel van suprematie, dat de westerlingen er toe bracht de wereld onderling te verdelen beïnvloedt volgens hen nog steeds het doen en laten van alle niet links denkende autochtone Nederlanders. Daarmee treden ze naadloos in de voetsporen van de traditioneel marxisten die ook vaste zondebokken hadden, namelijk de kapitalisten en de gegoede burgerij.

De geschiedschrijving van € 200.000, – waar het stadsbestuur omvraagt (op initiatief van het voormalige raadslid Peggy Wijntuin van de Partij van de Arbeid) is mijns inziens dus al geschreven. Sommige Rotterdammers zullen ongetwijfeld ook geld hebben verdiend in de slavenhandel en aan de koloniale onderdrukking in het verleden.

Het verleden beoordelen met hedendaagse maatstaven is volslagen nonsens. Het kan en mag niet, maar het gebeurt helaas volop. Natuurlijk was de slavernij onmenselijk, maar dat was de dertig jaar later afgeschafte kinderarbeid ook. De straffen die weggelopen slaven moesten ondergaan waren barbaars, maar dat waren de straffen op eigen bodem voor eenvoudige delicten eveneens!

Laten we daarom koesteren dat die barbarij gelukkig door vorige generaties is uitgebannen in plaats van achteraf met een beschuldigende vinger te wijzen naar de generaties daarvoor. Die vinger zal ongetwijfeld tot meer verwijdering in de samenleving leiden en onderlinge spanningen doen toenemen.

Besteedt die twee ton daarom aan het bestrijden van onrecht in andere delen van de wereld, waar nog steeds mensen als slaven worden behandeld en waar nog steeds kinderarbeid bestaat!

Print Friendly, PDF & Email