De weigering van alle linkse partijen inclusief coalitiebondgenoot D’66 om voortaan de Nederlandse vlag in de Rotterdamse raadszaal te laten wapperen werd door Setkin Sies van de ChristenUnie-SGP het duidelijkst omschreven. Hij vond het een blamage.

Ook burgemeester Aboutaleb was voorstander van rood-wit-blauw, omdat hij de nationale vlag ziet als een symbool van eenheid. Maar omdat Leefbaar Rotterdam het initiatief had genomen rook links onraad en nam er eensgezind afstand van. Toen D66 daarop volgde was zelfs het kleinst denkbare draagvlak weg en gaf Leefbaar zich al gewonnen voordat er gestemd was. ‘’Er is ook hier helemaal geen eenheid’’, was de uitleg van de SP.

Bij de stemverklaring later besloot hun fractieleider Leo de Kleijn er geen doekjes om te winden: ‘’Wij zijn tegen vanwege alomwegen de opkomst van het rechts nationalisme.’’
Ook bij andere partijen was dit (onuitgesproken) de crux.

‘’Onze intenties waren in elk geval zuiver’’, verklaarde fractieleider Ronald Buijt van Leefbaar later op de avond, omdat hij vanwege familieomstandigheden niet bij het debat aanwezig had kunnen zijn en rond middennacht zijn emoties ook niet meer in bedwang hield. ‘’Het gaat bij zo’n idee altijd om je eigen gevoel en als dat gevoel er niet is moet je het ook niet willen.’’

Essentie van de weigering was dat links de Nederlandse vlag meer ziet als een nationalistisch praalvertoon dan als een verbindende factor. Zover is het onderlinge wantrouwen al in Rotterdam. Wel grote kans dat wanneer de groen-witte vlag van Rotterdam was voorgesteld (bleek uit het meningenrondje) de kans op succes groter was geweest.

De uitslag van de stemming was: 20 voor, 25 tegen.

Print Friendly, PDF & Email