De wijkverpleging krijgt er de komende vier jaar in totaal 435 miljoen euro bij. Dat geld is bedoeld om de omslag te maken naar een gezondheidszorg die er sneller bij is, vaker bij mensen thuis plaatsvindt en gebruikmaakt van bijvoorbeeld nieuwe technologie. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid heeft afspraken gemaakt over de wijkverpleging met de zorgaanbieders en -verleners, patiëntenorganisaties, gemeenten en verzekeraars. Die zijn bedoeld om de kosten van de zorg te beteugelen, maar gaan ook over het veranderen van die zorg.

De Jonge wil voorkomen dat dure zorg wordt ingeschakeld en ziet graag dat patiënten thuis of in de buurt worden behandeld of verpleegd. Nieuwe vondsten als digitale zorgtechnologie kunnen helpen om de zorg dichterbij en goedkoper te maken, denkt hij. In die nieuwe zorg speelt de wijkverpleegkundige, die bij mensen thuiskomt, een sleutelrol. Het is de bedoeling dat zorgaanbieders en verzekeraars vaker en duidelijkere contracten zullen sluiten. Dat maakt het voor patiënten eenvoudiger om hun zorg vergoed te krijgen. Nu zijn er nog allerlei zorgaanbieders die niet met iedere verzekeraar een contract hebben.

Er komt onder andere meer geld voor het werven van nieuwe wijkverpleegkundigen. Door onder meer vergrijzing dreigt een groot tekort. De ondertekenaars van het akkoord hopen bijvoorbeeld meer mensen voor de wijkverpleging te winnen die eerst een andere baan hebben gehad. De ondertekenaars moeten het akkoord nog wel voorleggen aan hun achterban, maar verwachten van hen groen licht. De zorgverzekeraars zijn ingenomen met het akkoord. Ze zijn vooral blij dat zorgaanbieders en verzekeraars vaker contracten gaan sluiten.

Print Friendly, PDF & Email