Mede dankzij de steun van GroenLinks, PvdA en D66 blijft het aantal betaalbare huurwoningen in de prestigieuze nieuwbouwwijk Nieuw Kralingen beperkt tot een schamele tien procent. 

De drie ‘linkse’ partijen alsmede Leefbaar Rotterdam, VVD en CDA kregen zelfs de gelegenheid om te applaudisseren, nadat de gemeenteraad vanmiddag instemde met de gebiedsvisie Nieuw Kralingen. 

Slechts een kleinigheid in het plan van demissionair wethouder Robert Simons lijkt te worden aangepast. Dat wordt mogelijk gemaakt door ‘een aantal eengezinswoningen om te zetten naar wat minder dure beneden-bovenwoningen’, zo meldde Simons vorige week reeds in een brief aan de raad. Deze ‘mogelijke aanpassing van het programma’ kan leiden tot ‘een verdubbeling van het aanbod aan woningen in het segment € 250.000 – € 400.000 naar ongeveer 50 woningen’. Maar, zo blijkt uit Simons’ brief, ‘het is niet mogelijk om het totaal aantal woningen te vergroten’. En zal derhalve blijven steken op achthonderd. 

Nieuw Kralingen, waarvan de bouw op z’n vroegst in 2019 van start gaat, mikt op de upperclass. Projectontwikkelaars Era en Heijmans gaan er, conform de gebiedsvisie, voor 80 procent koopwoningen bouwen variërend van 400.000 euro tot ruim boven een miljoen. Daarnaast komen er dus 80 sociale huurwoningen (huur rond de 700 euro per maand), waarin alleen ouderen mogen wonen. De rest wordt middelduur. 

SP-raadslid Taylan Cicek deed een vergeefse poging om wat meer evenwichtigheid in Nieuw Kralingen te bepleiten. Een motie om minimaal 20 procent sociale huur mogelijk te maken haalde het echter niet vanwege het ontbreken van steun van PvdA, GroenLinks en D66.

SP-fractievoorzitter Aart van Zevenbergen sprak zijn verbazing uit over het applaus dat losbarstte na de besluitvorming. In de raadszaal is dat soort gedrag namelijk niet toegestaan. Plaatsvervangend raadsvoorzitter Jan-Willem Verheij bood hem zijn excuses aan voor het feit dat hij had verzuimd om de klappende raadsleden tot stilte te manen. 

Print Friendly, PDF & Email

Laat een reactie achter

Tekst: Kees Jonker