Een van de meest perverse details van de Holocaust vind ik nog altijd dat de slachtoffers die op transport gingen, hun eigen treinkaartje moesten betalen. Zowel voor het ritje enkele reis naar doorgangskamp Westerbork, als later voor het transport naar Auschwitz of Sobibor. Kwam het niet uit hun eigen zak, dan kwam het via geroofd Joods kapitaal. Welke zieke boekhouder dit destijds zo heeft bedacht, weet ik niet. Maar wel is duidelijk dat de Nederlandse Spoorwegen er uiteindelijk een slordige 2,5 miljoen gulden aan overhielden.

Deze schandvlek op het blazoen van de NS is ineens weer actueel geworden, nu het bedrijf heeft aangekondigd ‘uit moreel-ethische overwegingen’ een schadevergoeding te gaan uitkeren aan (kinderen van) slachtoffers van de Holocaust. Eerder deed de NS slechts aan een vorm van boetedoening door bij de Dodenherdenking op 4 mei een krans op de Dam te leggen en hier en daar bij te dragen aan een herdenkingsmonument.

Dat de Spoorwegen hiertoe besloten is te danken aan de volhardende strijd van voormalig Ajax-masseur Salo Muller, een aimabel ogende man wiens Joodse ouders door de nazi’s werden vermoord en die zelf ternauwernood aan dat lot ontkwam. Bij Jeroen Pauw vertelde de 82-jarige Salo Muller op tv over de afwijzing waartegen hij aanvankelijk was aangelopen en over het empathische begrip van die allervriendelijkste president-directeur Rogier van Boxtel. Maar uiteindelijk ging de NS pas door de knieën toen de eerste advocatenbrief op de deurmat viel, waarin met een rechtszaak werd gedreigd.

Over de hoogte van deze pleister op de wonde en op welke wijze dit zal worden uitgekeerd, gaat een wijze commissie de komende weken nadenken. Er moet van alles en nog wat worden geïnventariseerd: welk totaalbedrag wil de NS hiervoor reserveren, hoeveel gedeporteerden zijn er nog in leven, hoeveel nabestaanden (van de eerste generatie) zouden aanspraak op een uitkering maken? Maar de eerste vraag is wie komen er in die commissie? Er wordt gedacht aan een ervaren mediator, een historicus en een vertegenwoordiger uit de Joodse gemeenschap.

“En hoe zit het dan met ons?”, vraagt nu de Vereniging Sinti, Roma en Woonwagenbewoners Nederland. “Wij willen ook in die commissie vertegenwoordigd zijn”, heeft voorzitter Sabina Achterbergh laten weten.

En opeens is meneer Salo Muller niet meer zo aimabel. Wat hem betreft zijn de schadevergoedingen alleen bedoeld voor Joodse mensen. Even hoop ik dat er sprake is van een misverstand. Maar hij wordt uitgebreid geciteerd op NOS.nl: “De Sinti en Roma hebben we wel even in de gedachten meegenomen, maar dat is een kleine groep en bovendien hebben zij zich nooit zelf gemeld bij de NS. Terwijl er van Joodse kant wel brieven zijn gekomen over dit onderwerp.”

Dat laatste heeft iets naars. Jullie hebben nooit een poot uitgestoken en zullen nu niet profiteren van mijn inspanningen, zo klinkt het.

Muller heeft wel gelijk als hij stelt dat het vergeleken met de Joden om een kleine groep gaat. Vanuit Nederland zijn er 245 Roma en Sinti naar Auschwitz gedeporteerd, van wie er slechts 30 terugkeerden. Maar dat is het cijfergelijk van een enge boekhouder. Voor mij heeft Sabina Achterbergh het grote gelijk als ze pislink wordt dat Salo Muller de zigeuners en woonwagenbewoners ‘op een zijspoor’ zet. “Kleine groep of niet, ieder slachtoffer telt voor één,” liet ze in klare taal horen.

De enige zigeuners en woonwagenbewoners die ik persoonlijk ken, zijn de man bij wie ik jaren achtereen een kerstboom kocht op het Malieveld en musical-zangeres Antje Monteiro. Ik voel me dus niet speciaal met deze groepen verbonden. Maar het steekt me mateloos dat de ene vervolgde de ander zo respectloos wegzet.
Gelukkig heeft de NS inmiddels duidelijk gemaakt dat niet meneer Salo Muller alles bepaalt. “Op dit moment is nog niets bekend over de omvang of de achtergrond van de commissie,” klonk het sec. Hopelijk brengt Van Boxtel ook voldoende empathie op voor de kwestie waarin Sabina Achterbergh zich nu laat horen.

Ineens zie ik weer dat meisje met die hoofddoek in de deuropening van de goederenwagon. Vlak voor het vertrek van de trein uit Westerbork naar Auschwitz werd ze op 19 mei 1944 gefilmd door de Duits-Joodse fotograaf Werner Breslauer. Een halve eeuw lang was dit meisje – in geschiedenisboeken, documentaires, op exposities en in allerhande publicaties – hét icoon van de Jodenvervolging. Tot mijn collega Aad Wagenaar in 1992 een speurtocht begon naar haar identiteit en ontdekte dat het niet om een wagon met Joden ging, maar een wagon zigeuners. Het kostte hem bijna twee jaar om haar naam te achterhalen: Settela Steinbach, een op dat moment 9-jarig Sinti-meisje uit Zuid-Limburg. Settela, haar moeder, twee broertjes, twee zusjes, haar tante, twee neefjes en een nichtje werden een paar weken na aankomst in Auschwitz vergast.
En namens hun zou nu niemand mee mogen praten? Wat een gotspe!

Print Friendly, PDF & Email