”Is de kapper dood?”, zei men vroeger als je haar te lang was. In de Alexanderpolder gaat die uitdrukking op in relatie tot de plantsoenenkapper. In het gras aan de Prins Alexanderlaan kan men zich bijna verstoppen. Het oogt slecht onderhouden. Het beeld is ook geen toevalstreffer, het graspad tussen de rijstroken op de lange laan dwars door de Alexanderpolder lijkt onophoudelijk de gebeten hond.

De regels zijn dat er in de stad tot en met april minder wordt gemaaid dan zomers. Dat is om andere plantensoorten te laten groeien, waar bijvoorbeeld bijen en vlinders op af komen. Of dat óók geldt voor het gras tussen autorijstroken blijft onvermeld. Maar het is nu geen april. Het is mei. Een fris onderhouden beeld van de Alexanderpolder zou niet misstaan.

Opmerkelijk is dat het gras in het centrum, bijvoorbeeld bij het Centraal Station, 26 tot 28 keer per jaar wordt gemaaid. Dat getal staat op de gemeentesite. Wetende dat er ’s winters niet gemaaid wordt, is het maaivolume – daar waar Rotterdam zich wil presenteren – dus opgevoerd tot bijna twee keer per week. In de Alexanderpolder – gemeten naar de hoogte het gras op de foto – naar schatting één keer per maand. Waarschijnlijk nog minder. De bewoners komen er dus bekaaider af dan toeristen.

Gras waarop in Rotterdam gevoetbald wordt, maait de gemeente 20 tot 22 keer. Gras als ‘kijkgroen’ in bermen en langs waterkanten slechts 10 keer per jaar. Misschien dat het gras tussen de rijstroken aan de Prins Alexanderlaan onder regel 3 vallen: op plekken waar gekozen is voor een meer natuurlijke ontwikkeling wordt twee – of driemaal per jaar gemaaid en voeren we het maaisel af. Hierdoor krijgen op deze plekken veldbloemen de kans om te bloeien, wat weer zorgt voor meer afwisseling en meer natuurlijke rijkdom in de stad. Het is maar dat u het weet.

Print Friendly, PDF & Email

Laat een reactie achter