Wie niet meer in Rotterdam woont, zelfs niet in Nederland, maar nog wel dagelijks in deze stad belang stelt, volgt door de omstandigheden gedwongen geen papierenkrant meer, maar heeft ter compensatie wel de mazzel dat internet je van alle gemakken voorziet.

Daartoe hoort ook het videokanaal van het stadhuis waarop van tijd tot tijd op donderdagen de vergaderingen van de gemeenteraad worden uitgezonden. Ik moet zeggen: dagen en tijdstippen worden ruim van tevoren keurig aangegeven, maar ze beginnen helaas nooit op tijd. Tien uur als aangegeven aanvangstijd is nog nooit gehaald. Raadsleden nemen het zo nauw niet met de tijd en het is jammer dat de uitzendingen pas beginnen als de burgemeester iedereen met twee forse hamertikken sommeert te gaan zitten, anders zouden we precies zien welke raadsleden in de regel de laatkomers zijn.

Ik volg van grote afstand natuurlijk niet alle beraadslagingen. Maar als de onderwerpen bouwen, zorg en veiligheid op de rol staan, zit ik klaar. Nooit geweten trouwens dat een burgemeester zomaar met een zak dukaten naar een organisatie of een wijk kan stappen om die vervolgens als een douceurtje weg te geven wanneer in een moeilijke kwestie enige gewilligheid wordt verlangd. Ik hoorde hem dat voorrecht even behoedzaam als uitgebreid uitleggen toen Denk in dat verband omkoperij had geroken.

Terstond dacht ik: dat komt nooit meer goed tussen die nieuwe partij en Aboutaleb.

Een conflictoplossende burgemeester die een cadeautje in zijn achterzak heeft voor het geval dat – laten we nou niet heiliger zijn dan de Paus. Het kan handig en baanbrekend zijn. Of het dat ook was in de kwestie over het ouderencomplex, laat ik in het midden. Daarvoor ken ik de details onvoldoende. Wel snapte ik dat de burgemeester zijn wethouder te hulp was geschoten, want dat lag er duimendik bovenop.

Maar er viel me nog iets anders op. En dat was niet de boosheid van Aboutaleb toen de reuk van omkoperij ter sprake werd gebracht. Want die boosheid was terecht. Zijn integriteit was in twijfel getrokken; bovendien door een erg jong raadslid. Het woord snotneus lag op zijn lippen.
Nee, dié boosheid viel niet op.
Wel dat hij het dikwijls is.
Vooral bij vraagstukken over veiligheid. Het is zijn terrein en ik krijg soms zelfs de indruk dat hij dit territorium met enige mystiek ook helemaal voor zichzelf wil houden. Met als argument: veiligheid is pas veilig als je er nooit naar vraagt.
Met andere woorden: bemoei je er niet mee.

En daar heb ik toch wel erg veel moeite mee.

Print Friendly, PDF & Email