Als een duveltje uit een doosje werd zondagavond bekend welke partijen het nieuwe College van B&W van Rotterdam gaan vormen. Leefbaar en VVD wilden aanvankelijk niet zonder elkaar en PvdA, GroenLinks en D66 ook niet. Met z’n vijven dan maar in één coalitie?
Nee, dat wilden ze ook niet. Een kleuterklas is er niks bij.
Maar de vraag is hoe kinderlijk onschuldig het is?

Onder druk van de linkse partijen heeft de VVD z’n maatje Leefbaar losgelaten. De liberalen gaan nu samen met PvdA, GroenLinks, D66, CDA en CU/SGP een coalitie vormen met een zo klein mogelijke meerderheid van 23 van de 45 zetels.

Wat heeft gemaakt dat de linkse partijen de voorkeur gaven aan een coalitie zonder Leefbaar? Principes? De linkse partijen hebben zelf gesuggereerd dat hier geen sprake van was, want het uitsluiten van Leefbaar was niet meer aan de orde.
Leefbaar reageerde bovendien vrij positief op het ‘raamwerk’ dat door VVD en GroenLinks was opgesteld. Persoonlijke verhoudingen? Zou kunnen. Onderhandelingen gaan over de inhoud, maar goede persoonlijke verhoudingen zijn cruciaal. Maar het valt ook niet uit te sluiten dat er heel andere belangen hebben gespeeld.

Het in 2014 geïnstalleerde College van B&W telde zes wethouders: drie voor Leefbaar, twee voor D66 en één voor CDA. Als er nu voor een coalitie van Leefbaar, VVD, GroenLinks, D66 en PvdA was gekozen, was de wethoudersverdeling geweest: twee voor Leefbaar en alle andere partijen één. In totaal kom je dan weer op zes uit. In de coalitie die nu in de maak is, claimen alle linkse partijen twee wethouders. Dat zijn er dus al zes. De VVD krijgt er ook twee, CDA één en CU/SGP een parttime wethouder.
In totaal dus tien, ongekend veel.

Het lijkt misschien bizar om te denken dat het aantal te leveren wethouders een leidende rol heeft gespeeld bij de onderhandelingen, maar hier heeft een aantal partijen de schijn tegen. Van twee van de drie linkse fracties in de beoogde coalitie is bekend dat hun fractievoorzitters zélf wethoudersambities hebben: Judith Bokhove van GroenLinks en Said Kasmi van D66.

De rekensom is simpel: in de coalitievariant waar nu voor is gekozen, vallen meer baantjes te verdelen en is dus de kans groter dat zij zichzelf in het pluche kunnen parachuteren.

Gaven persoonlijke ambities de doorslag? We weten het niet. Maar politieke partijen zouden op zijn minst iedere schijn moeten vermijden dat Rotterdam de komende vier jaar met een stadsbestuur van 10 wethouders zit opgezadeld –  inclusief salarissen, kosten voor ambtelijke ondersteuning en wachtgeldregelingen bij tussentijds vertrek – omdat onze volksvertegenwoordigers er andere ambities op nahielden.
Verbied daarom gekozen volksvertegenwoordigers in dezelfde stad wethouder te worden. Wel zo eerlijk naar de kiezers ook.
Dat vraagt om een wijziging van de gemeentewet en laat het nou diezelfde volksvertegenwoordigers zijn, maar dan in Den Haag, die daarover besluiten. Kansloos dus. Want de baantjesmachine draait ook daar op volle toeren.

* Jos Verveen is voormalig raadslid, auteur, sociaal ondernemer in Rotterdam en verbonden aan Stadsinitiatief Rotterdam, een a-politieke partij die lokale politici volgt, scherp houdt en vanuit de stad oplossingen aanreikt.

 

Print Friendly, PDF & Email