De kansenongelijkheid in het onderwijs neemt toe, concludeert de Inspectie van het Onderwijs in haar verslag ‘De Staat van het Onderwijs 2018’ en daar komen enkele politieke partijen in Rotterdam nu tegen in opstand.

Wel hebben ze het college van B&W in plaats van te klagen ook meteen een advies aan de hand gedaan, verwijzend naar de oplossing van de in onderwijsgelijkheid gespecialiseerde journaliste Anja Vink. Zij ziet voordelen in de Amerikaanse wijze van spreiden op basis van inkomen.

“’In Cambridge geven ouders hun voorkeur voor onderwijs van hun kinderen aan binnen een lijst van zeven scholen. De kinderen worden vervolgens over deze scholen verdeeld aan de hand van twee wachtlijsten: één met kinderen uit een gezin met een laag inkomen, één met kinderen uit een gezin met midden- of hoger inkomen. Door op deze manier te spreiden, krijgen alle scholen ongeveer dezelfde verdeling tussen kinderen van arme en rijke ouders’’, schrijft het 25-jarige D66-raadslid Elene Walgenbach naar het idee van Vink en namens de mede ondertekenaars van de PvdA, GroenLinks en SP.

‘’Dit zou kunnen leiden tot betere schoolprestaties dan op vergelijkbare scholen in andere gesegregeerde steden’’, vervolgt ze. ‘’Ook andere criteria, zoals het opleidingsniveau van de ouders, zouden hiervoor aangewend kunnen worden. Sommige ouders kiezen er bewust voor om hun kind, samen met een groep gelijkgestemde ouders, naar een gemengde basisschool te sturen. Deze keuze kan en mag uiteraard niet opgelegd worden. Ouders die op deze manier het voortouw willen nemen, zouden meer steun van scholen, schoolbesturen en gemeenten kunnen krijgen.’’

Op dit moment betekenen verschillen in schoolkeuzes niet perse verschillen in kansen. Maar volgens de inspectie van het Onderwijs dreigt dat te veranderen: scholen met een meer uitdagende en moeilijke leerlingenpopulatie hebben bijvoorbeeld sneller last van het lerarentekort.

Print Friendly, PDF & Email