Ik heb m’n hele leven gevlogen. Voornamelijk naar onhandige landen. Weken van tevoren haalde ik dan prikken tegen een ruime collectie rampspoed: pokken, polio, malaria, gele koorts, cholera, tetanus, tyfus en hepatitis A. Als ik terug was bleek ik B te hebben opgelopen. Dat maakte me meteen verdacht.

Ik deed altijd erg laconiek over die prikken. Ik haalde de cocktailtjes bij wijze van spreken tijdens de lunchpauze op. Een etmaal later ijlde ik met een nat washandje op een zwetend hoofd naar een vorm van krankzinnigheid die bij de verzekering zat inbegrepen. In dat geval was het cocktailtje slecht gevallen.

In één prik zat alles. Dat was plotseling een hele vooruitgang, want ik heb ook de tijd nog meegemaakt dat je voor één reis naar de Tropen zelfs drie keer moest terugkomen. Telkens met één week ertussen. Die week had je hard nodig, want na elke prik werd je ziek. Ja en niet zo’n beetje ziek; doodziek. Wie een half uurtje van het Havenziekenhuis vandaan woonde, haalde niet eens z’n huis. Straatwartaal was de onschuldigste complicatie.

De prikken van vroeger waren in mijn herinnering ook veel pijnlijker.
Nu raffelen ze in nog geen minuut tijd één vaccintje af. Je stroopt je mouw op, ze binden je arm af en wie niet omvalt, staat in no time buiten. Veertig jaar geleden ging er een joekel van een naald het bilvlees in en dan stonden de tranen in je ogen.

Het leek toen ook net alsof iedereen op Biafra vloog. Altijd volle wachtkamers. Bij navraag bleken de meesten er dan juist vandaan te komen. Zij zaten met de gebakken peren waar ik juist tegen moesten worden gevaccineerd. Drie keer in drie weken moest ik ook altijd vragen achter wie ik aan de beurt was. Nummertjes bestonden toen nog niet. Ook geen ventilatie. Je zat zodoende altijd naast mensen over wie je je afvroeg of ze wellicht al besmet waren. Ook waarmee. Weer anderen roken naar Maarten van Rossem en in beide gevallen leerde je het vliegen op Afrika daarmee vanzelf af.

Inmiddels heb ik alle bestemmingen gewist. Mijn laatste vlucht was kort nadat een imbeciel van een copiloot mij mijn laatste restje moed ontnomen had. Zwetend van angst doorkliefde ik het luchtruim van Spanje. Ik durf niet meer.

Ik ga dit jaar trouwens meer dingen afzweren, ook het bezoeken van sponsorrecepties met sponsordames van sponsormannen aan de sherry. Ik verwijder Matthijs van Nieuwkerk, Paul de Leeuw en Claudia de Brey definitief uit mijn zapper en schrap verder klanken van nagemaakte saamhorigheid als doeg en doei.
Joop van den Ende schenk ik nog één keer een oeuvreprijs en die mag ie ook nog één keer aan Hare Majesteit Janine opdragen, mits ziekelijk nog één keer door hem zelf betaald, daarna voor goed opzouten alsjeblieft. Ik ga lekker kijken hoe Verveen bij de vertrouwde Kuip zijn stemmen bij elkaar vlogt. Met De Kromme naast zich.

Print Friendly, PDF & Email