Er is in Nederland een groeiende kloof tussen mensen die veel alcohol nuttigen en mensen die niet of weinig alcohol drinken. Dat blijkt uit cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die de wereldwijde consumptie van alcoholhoudende drank per land onderzocht.

”Vergelijk je die cijfers met de WHO-cijfers over 2010 dan zie je dat er in Nederland minder mensen zijn gaan drinken, maar dat vooral de mannelijke drinkers opvallend meer zijn gaan drinken”, zegt het Nederlands instituut voor alcoholbeleid STAP.

De gemiddelde alcoholconsumptie per hoofd van de bevolking (15-plus) is gedaald van 10,4 liter in de periode 2009-2011 naar 8,7 liter tussen 2015 en 2017. Nederland zit hiermee onder het Europese gemiddelde van 9,8 liter pure alcohol per inwoner. Het aantal niet-drinkers groeide van 11,8 procent in 2010 tot 27,9 procent in 2016.

Vrouwen in Nederland zijn minder gaan drinken. Hun gebruik daalde van 7,1 liter pure alcohol, naar 5,8 liter pure alcohol per jaar (-18,3 procent). Mannen slaan echter meer alcohol achterover. Werd per drinkende man in 2010 nog 15,1 liter pure alcohol gedronken, in 2016 was dat 16,7 liter (+9,6 procent).

Het zogeheten bingedrinken – het consumeren van vijf glazen alcohol of meer tijdens een enkele gelegenheid – is sinds het vorige WHO-onderzoek in 2010 sterk toegenomen. In dat jaar was 5,9 procent van de bevolking een bingedrinker, in 2016 was dat 27,4 procent. Vooral jongens doen aan bingedrinken. Van de groep tussen 15 en 19 jaar jaar is 63,7 procent een bingedrinker. Bij de meisjes is dat 27,3 procent.

Ruim 210.000 Nederlanders van 15 jaar en ouder hadden in 2016 volgens de WHO een alcoholverslaving, 1,5 procent van de bevolking. In heel Europa bedraagt dat percentage 8,8 procent. In 2016 stierven 3244 Nederlanders een alcoholgerelateerde dood.

Print Friendly, PDF & Email