Seniorredacteur Hans Roodenburg (ex-Het Rotterdams Parool, ex-Het Vrije Volk, ex-Rotterdams Dagblad) geeft antwoord op knellende vragen van uiteenlopende maatschappelijke aard. U kunt ze hem rechtstreeks stellen op: hansroodenburg@kpnmail.nl. Of u maakt gebruikt van de link hierboven: stadswacht. Het antwoord (meestal voor anderen ook van belang) leest u terug in dit digitale dagblad in de categorie: mensen. Uw naam wordt daarbij niet vermeld.

Vraag:

In overleg met mijn werkgever ben ik een tijdje geleden gestopt met werken om per 1 juni 2018 definitief met ontslag te gaan. Per die datum bereik ik de respectabele leeftijd van 62 jaar. Ik zou dan met prepensioen kunnen gaan. Ik overweeg om dat pensioen niet volledig, of misschien zelfs de eerste periode helemaal niet, aan te vragen omdat mijn man nog salaris heeft waarvan we met zijn tweeën kunnen leven. Ik realiseer mij daarbij dat bij een later moment laten ingaan van het prepensioen er geen continuering van premieafdracht vanuit de werkgever en mijzelf richting het pensioenfonds plaatsvindt. Wat is een wijze beslissing in deze?

Antwoord:

Soms kun je inderdaad een prepensioen uitstellen tot de ingangsdatum van het ouderdomspensioen. Sterker nog dat kan zelfs voor de hoogte van het ouderdomspensioen zeer gunstig zijn. Daarvoor moet u de voorwaarden van het pensioenfonds nalezen. Dat u niet meer uw pensioen opbouwt, kan inderdaad een nadeel zijn.

Een andere kwestie is dat u in de komende jaren géén inkomen hebt en dat u pas AOW krijgt – in uw geval – op 67 jaar. Deze zaak kunt u ook bij uw financiële beslissingen betrekken. U schrijft dat uw man nog salaris heeft en dat u daarvan kan leven.

Nu geloven wij niet meer dat u op oude leeftijd na een goed huwelijk nog gaat scheiden maar pas daar wel voor op. Dat kan namelijk enorme financiële gevolgen hebben.

 

 

Print Friendly, PDF & Email