Seniorredacteur Hans Roodenburg (ex-Het Rotterdams Parool, ex-Het Vrije Volk, ex-Rotterdams Dagblad) geeft antwoord op knellende vragen van uiteenlopende maatschappelijke aard. U kunt ze hem rechtstreeks stellen op: hansroodenburg@kpnmail.nl. Of u maakt gebruik van de link hierboven: stadswacht. Het antwoord (meestal voor anderen ook van belang) leest u terug in dit digitale dagblad in de categorie: mensen. Uw naam wordt daarbij niet vermeld.

Vraag:

Mijn zus kreeg te maken met het overlijden van haar man in 2018. Zij moest AOW terugbetalen. Volgens mij is hier iets gruwelijk fout gegaan. Hoe zit dat?

Antwoord:

De AOW houdt op, de dag na overlijden. Als zij is gehuwd dan heeft zij nog wel recht op een overlijdensuitkering van één maand. Is zij zelf al AOW-gerechtigd dan heeft zij vanaf de dag dat zij alleenstaand is recht op de AOW-uitkering voor alleenstaanden (sinds 1 juli 2018 €1181,36 bruto per maand). Heeft zij géén AOW (omdat zij toen haar man nog leefde hij een eigen recht had op zijn AOW) dan houdt alles op!

Indien een man met AOW overlijdt, de echtgenote géén ander inkomen heeft dan zal zij in bepaalde situaties moet terugvallen op de bijstand met alle consequenties van dien.

Vele mensen weten dat vaak niet. Als de overleden persoon een goed pensioen (tweede trap) had, krijgt zij in ieder geval 70 procent van wat hij kreeg aan nabestaandenpensioen. Tenzij ze op zijn pensioendatum hebben gekozen voor een percentage méér (vaak 15 procent) omdat de zus akkoord is gegaan met een hoger ouderdomspensioen voor hem.

Voor dat laatste hebben we al meerdere malen gewaarschuwd. Je ziet vaak dat mensen ‘koopgedrag’ vertonen door op de pensioendatum te bekijken hoe lang men (of de partner) nog leeft.

Eén ding is onbegrijpelijk: heeft het zo lang geduurd dat de SVB (de uitvoerder van de AOW-wetgeving) door kreeg (via de burgeradministratie) dat haar man was overleden en heeft zij zelf niet de SVB gemeld dat haar huishouden is gewijzigd?

Print Friendly, PDF & Email