Jaren geleden bedacht de Nederlandse overheid dat het in het kader van de integratie wenselijk was dat kinderen van in Turkije geboren ouders iedere week verplicht les moesten krijgen in de Turkse taal en cultuur.

De gedachte hierachter was dat dan de overgang naar een samenleving als de onze soepeler zou verlopen. Later werd van de tweede en derde generatie kinderen met een Turkse achtergrond verwacht dat de nadruk bij de integratie zou komen te liggen op bevordering van de Nederlandse taal als voertaal in en buiten het gezin.

De insteek was immers niet meer een mogelijke terugkeer naar Turkije, maar het opbouwen van een toekomst in Nederland. Vanuit die gedacht was het niet meer wenselijk dat verplichte lessen in de taal en cultuur van de (groot)ouders gegeven moesten blijven worden.
De verplichte lessen stopten.

Nu heeft de Turkse president Erdogan het idee opgevat het onderwijs in de Turkse taal en cultuur, inclusief godsdienst, in de vorm van door de Turkse regering te subsidiëren weekendscholen in Nederland nieuw leven in te blazen.

De achterliggende gedachte hierbij is waarschijnlijk dat de heer Erdogan de in het buitenland wonende Turken beschouwt als zijn onderdanen en dat die dus opgevoed moeten worden vanuit zijn Turkse opvattingen over samenleving, cultuur en godsdienst.

Dat de heer Erdogan vele bewonderaars en aanhangers heeft buiten Turkije mag duidelijk zijn als je kijkt naar de uitslagen van de onlangs gehouden Turkse verkiezingen.

Enkele weken geleden liep ik over straat vlak achter twee jonge dames met kleine kinderen. Overduidelijk was Turks de voertaal. Ik keek hier van op. We hebben het hier over de derde of misschien wel vierde generatie en dan toch is niet de taal van het land waarin men geboren is en opgroeit de voertaal.
Voor mij is dit een teken dat hier van de zo gewenste integratie te weinig sprake is.
Natuurlijk is integratie een proces van de lange adem, maar zó lang?

Integratie is een proces waarbij vanuit alle geledingen gewerkt moet worden aan een samenleving waarin acceptatie van de ander leidend is.

Integratie dient gericht te zijn op inpassing in de cultuur van het land waarin men woont. Als ik in het buitenland kom, pas ik me aan aan de gewoonten en gebruiken van dat land. Dat is normaal.

Dan mogen we ook verwachten van mensen die zich hier willen vestigen dat zij op zijn minst de Nederlandse taal beheersen en als voertaal gebruiken. Hier ligt toch hun toekomst, niet in welk ander land dan ook.

Als de Turkse regering de weekendschool gaat subsidiëren, krijg je ongetwijfeld te maken met de slogan “wie betaalt, bepaalt”.
Hoe zit het dan met het toezicht? En wie garandeert dat er geen tegen de democratie en de vrijheid van godsdienst gerichte lessen gegeven worden?

Dat de politiek vaak bepaalt hoe het onderwijs ingericht moet worden, is op zich al erg, maar dat de politiek het onderwijs wil gebruiken als politiek vehikel is helemaal afkeurenswaardig.

Het mag genoegzaam duidelijk zijn: Wat mij betreft krijgt de Turkse weekendschool geen tweede leven.

 

Print Friendly, PDF & Email