Lagere inkomens worden extra getroffen door de verhoging van de energiebelasting. De koopkrachtontwikkeling die het kabinet op Prinsjesdag presenteerde geeft een vertekend beeld. Dat blijkt uit een toelichting van het Centraal Planbureau (CPB), schrijft het AD.

De laagste inkomens waren in de koopkrachtsommen met een stijging van 1,0 procent toch al het slechtst af ten opzichte van hogere inkomensgroepen, die er volgens het CPB volgend jaar 1,6 procent in doorsnee op vooruit gaan. De praktijk blijkt echter nog weerbarstiger.

Oorzaak is de verhoging van de energiebelasting, die er bij lagere inkomens verhoudingsgewijs zwaarder inhakt. Dat komt doordat zij een groter deel van hun inkomen kwijt zijn aan energie, ook al verbruiken zij gemiddeld minder gas en elektriciteit dan beter gefortuneerden. De koopkrachtwinst voor de laagste inkomens komt hierdoor niet op 1,0 maar op 0,8 procent uit, bevestigt het CPB. Andersom geldt dat de hoogste inkomens er in doorsnee juist méér (1,8 procent) op vooruit gaan.

Print Friendly, PDF & Email