Dit is de letterlijke tekst van Aydin Peksert op zijn Facebookpagina naar aanleiding van het feit dat de stop van Nida hem niet opnieuw heeft willen kandideren voor raadslid. Zie ook het eerdere bericht onder de kop: Stammenoorlog in top van islampartij Nida.

Aydin Peksert: ”Het vervolg op de mislukte samenwerking tussen NIDA en DENK in Rotterdam . . . Begin deze week, heb ik naar aanleiding van vele vragen over het mislukken van de samenwerking tussen NIDA en DENK in Rotterdam enige toelichting gegeven op mijn visie op de gevaren koers. In dit stuk ga ik nader in op de ontwikkelingen die volgden na 28 december.

Op maandag 1 januari jl. had ik een vervolggesprek. Naast de partijvoorzitter waren vice-voorzitter Ferukh Ahmed en de huidige lijsttrekker Nourdin el Ouali – onaangekondigd – bij het gesprek aanwezig. De kandidatenlijst en mijn kandidatuur waren de gespreksonderwerpen.

Het eerste punt werd snel afgehandeld. Op mijn vraag of er al een kandidatenlijst was antwoordde Nurullah Gerdan bevestigend. De kandidatenlijst was er al tijdens ons eerste gesprek op 28 december. Tijdens het eerste gesprek was ik daar nog niet van op de hoogte gesteld. De vaststelling van een kandidatenlijst zonder alle gekandideerde personen te spreken is een afwijking van de afgesproken procedure binnen de partij. Immers, ik had mij kandidaat gesteld en geen sollicitatiegesprek gehad en de ledenraadpleging vindt plaats op 14 januari.

In dit gesprek kreeg ik te horen dat ik geen sollicitatiegesprek heb gehad omdat er over mij “bepaalde signalen” waren. De partijvoorzitter vroeg wat ik deed bij de opening van het partijkantoor van DENK in Rotterdam in maart 2016 en hoe frequent mijn contact was met DENK. Ik antwoordde dat de uitnodiging voor de openingsreceptie verstuurd was naar alle raadsleden via de griffie van de Gemeente Rotterdam en dat ik naast allerlei andere mensen daarbij aanwezig was. Mijn contact gaat terug naar de tijd toen we nog bij de PvdA zaten in 2010, maar dat we nu door drukte elkaar nauwelijks spreken. In mijn perceptie zouden contacten tussen beide partijen juist intensiever moeten zijn als samenwerking de intentie was. Ik begreep daarom niet wat een bezoek aan een receptie met mijn kandidatuur te maken had.

Ik vroeg door om die “bepaalde signalen” concreet te maken. Door de partijvoorzitter werden drie personen bij naam en toenaam genoemd die verklaard zouden hebben dat ik ze ofwel probeerde te overtuigen om zich te kandideren voor DENK, ofwel mij negatief zou hebben uitgelaten over NIDA. Voor mij was dit een verrassing en ik gaf aan dat hier geen sprake van was en dat ik dit zou verifiëren bij de desbetreffende personen. Inmiddels heb ik ook gesproken met deze mensen die met klem ontkennen zoiets verklaard te hebben over mij en dat deze beweringen volstrekt onjuist zijn. Deze mensen hebben naar aanleiding hiervan recent hun kandidatuur ingetrokken en hun lidmaatschap bij NIDA opgezegd, voor zover daar sprake van was.

Op mijn vraag of er nog meer concrete voorbeelden genoemd konden worden, noemde Nourdin el Ouali mij o.a. een dubbelspion van DENK, een verrader en een munafiq (van buiten moslim, van binnen niet). Er zou een geluidsopname bestaan waarin over mij gezegd werd dat ik graag op de landelijke lijst van DENK had willen staan. Toen ik Nourdin el Ouali vroeg om die geluidsopname, zodat ik degene die dat over mij gezegd zou hebben daarmee kon confronteren, was hij niet bereid om de geluidsopname aan mij te geven of te laten beluisteren. Alweer een aantijging wat op niks gebaseerd bleek. Het geschreeuw, het gescheld en de verdachtmakingen gingen nog een tijdje door. Zo zou ik eerloos zijn en wie zou ik wel niet denken dat ik ben om te bemiddelen tussen partijen. Ik zou slechts een magazijnmedewerker zijn en niets voorstellen zonder mijn raadslidmaatschap.

Het werd mij duidelijk dat ik daar niet was uitgenodigd om in gesprek te gaan, maar dat er in mijn perceptie sprake was van een rechtbank setting waarin mijn integriteit, geloofwaardigheid en mijn loyaliteit aan NIDA in twijfel werden getrokken. Op een gegeven moment kwamen we terug bij het punt waar we over zouden spreken, mijn kandidatuur. Nurullah Gerdan zei: “Ja, je komt niet op de lijst.” Ik vroeg hem wanneer hij dat besloten had, waarop hij zei: “Nu, ik heb dat nu besloten”. Nourdin el Ouali bevestigde dit en zei: “weg, je bent weg, ga maar weg en probeer het ook niet via de ledenvergadering, it ain’t gonna happen.” Deze uitspraak leek mij wat vreemd en niet consequent met de mededeling van de voorzitter eerder in het gesprek dat de conceptkandidatenlijst in ieder geval vorige week donderdag 28 december al klaar was.

Tot slot werd mij gezegd dat als ik mijn mond zou houden dat ik tot aan de verkiezingen in maart in de raad mocht blijven en ze mij na afloop een bosje bloemen zouden geven en zouden bedanken voor mijn inzet van de afgelopen 4 jaar. Mocht ik hiermee naar buiten treden, zou ik op zo’n manier zwart gemaakt worden dat het mij voor de rest van mijn leven zou achtervolgen. Ik antwoordde hen dat ik dit alles zou laten bezinken en nam afscheid.

Een paar uur na mijn “gesprek” heeft de partij een persbericht naar buiten gebracht waarin onder andere te lezen valt dat ik niet op de lijst sta en het stokje overdraag aan de jongeren. Van de huidige 45 raadsleden zijn er 42 ouder dan ik.

Als raadslid voor NIDA en medeoprichter van deze partij voel ik me verantwoordelijk voor de werkwijze van mijn partij. Ook voel ik mij als gekozen volksvertegenwoordiger verplicht de mensen die op mij hebben gestemd transparant en eerlijk te informeren. De koers die dit bestuur en de partijleider varen, wijkt mijns inziens af van waar we als partij voor zijn opgericht. Dit is wellicht ideologisch, maar daarnaast hebben we ons als partij ook te houden aan de aan ons zelf opgelegde regels. In tegenstelling tot de werkwijze van de partijvoorzitter, is hij niet degene die de lijst vaststelt, maar zijn dat onze leden. Dat is wat afgesproken is in de statuten en om hiervan af te kunnen wijken moeten de statuten gewijzigd worden met instemming van tweederde van alle leden. De vastgestelde procedure volgend zou ik nadat ik mij kandidaat heb gesteld een sollicitatiegesprek gehad moeten hebben, maar zoals eerder aangekondigd kon ik de partijvoorzitter niet eerder dan 28 december spreken. Tijdens de ledenvergadering zal de voorzitter zich daarom moeten verantwoorden. Immers, in aanloop naar het gesprek van maandag jl. speelden zich verbazingwekkende taferelen af binnen de partij. Kandidaten werden gebeld over hun plek op de lijst en roerden zich over het proces rondom de kandidaatstelling en verlieten zelfs de app-groep met de mededeling dat ze zich “in de maling genomen voelden”. De voorzitter van de kandidatencommissie is tevens partijvoorzitter Nurullah Gerdan.

In een eerder bericht gaf ik ook aan dat ik mij persoonlijk wilde inzetten voor samenwerking tussen NIDA en DENK ten behoeve van de overkoepelende strijd. Dat de herhaaldelijke oproepen tot samenwerking, ook vanuit de achterban, gericht zijn tot dovemansoren, bleek eerder deze week bij de aankondiging van NIDA om mee te doen met de verkiezingen in Den Haag. Ook daar was geen samenwerking mogelijk, terwijl eind 2013 bij de oprichting van NIDA de statuten van Islam Democraten in Den Haag als voorbeeld gebruikt zijn. Het wekt enige verbazing als Nourdin el Ouali enerzijds stelt dat het “oliedom” is van DENK om naar Rotterdam te komen en om anderzijds als NIDA in Den Haag mee te doen aan de verkiezingen. Daar zijn immers ook andere islamitisch geïnspireerde partijen actief waar NIDA jaren geleden in gesprek mee was over een samenwerking. Dat dit besluit een verrassing is voor zelfs de leden van NIDA is problematisch, want de leden gaan over de vraag of we meedoen met verkiezingen in een bepaalde stad.

Concluderend kan ik mij niet onttrekken aan het beeld dat er niet namens de leden gehandeld wordt binnen de partijtop van NIDA. Zich niet houden aan het door leden vastgestelde statuten en regels en het confronteren van leden met gedane zaken tijdens ledenvergaderingen is hier een illustratie van. De koers binnen NIDA wordt bepaald door de happy few en niet door de leden. Dit berokkent de partij schade toe en tast de partij aan in haar geloofwaardigheid en professionaliteit. Er kleeft smet aan hoe de kandidatenlijst tot stand is gekomen en met betrekking tot het besluit van de uitbreiding naar Den Haag. Voor de kritische NIDA leden zijn er veel harde noten te kraken tijdens de ledenvergadering van 14 januari. ”

Print Friendly, PDF & Email