Het gaat steeds beter met het onderwijs in Rotterdam. Het aantal zwakke scholen daalt en er staan steeds meer bevoegde leraren voor de klas. Meer Rotterdamse jongeren maken hun school af en vallen er dus ook minder leerlingen uit. Zorgen zijn er ook: het lerarentekort is een groeiend probleem. Dat staat in de vijfde voortgangsrapportage Leren Loont, die wethouder Sven de Langen naar de gemeenteraad heeft gestuurd.

In het basisonderwijs gaat het om een halvering in vergelijking met vorig jaar: van tien zwakke scholen naar vijf. Eén zeer zwakke basisschool werd gesloten. In het voortgezet onderwijs is nog een school met vier zwakke afdelingen. In 2016 waren dat er vijf. Ook is er nog één zwakke voortgezet speciaal onderwijs-school. Steeds meer leerlingen in Rotterdam kiezen voor een technische opleiding, terwijl landelijk juist een dalende trend is te zien. In Rotterdam koos dertig procent van de leerlingen op de gemengde of theoretische leerweg op het vmbo in de havenstad voor een technische richting. Landelijk is dat percentage negen.

Deze Rotterdamse vmbo-jongeren kiezen ook steeds vaker voor een technische vervolgopleiding op het mbo (73 procent in Rotterdam tegenover 64 procent landelijk). Het landelijk gemiddelde percentage van mbo’ers dat met een techniekdiploma van school komt daalde in de afgelopen tien jaar van 32 naar 29. In Rotterdam was in dezelfde periode juist sprake van een stijging van 38 procent naar veertig procent. Rotterdam heeft de afgelopen jaren ingezet op het terugdringen van het aantal thuiszitters. Door alle inspanningen is een veel beter beeld ontstaan van het aantal thuiszitters en dat blijken er meer te zijn dan aanvankelijk gedacht. Toch was het aantal thuiszitters in oktober 2017 niet hoger dan een jaar eerder, hoewel aan de start van het programma Leren Loont op een daling was gehoopt. Wel is het aantal thuiszitters dat is geholpen in het afgelopen jaar gestegen.

 

Print Friendly, PDF & Email