De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) is een onderzoek begonnen naar de aanvaring in de Rotterdamse haven van 23 juni en het grote olielek dat daarvan het gevolg was. Het onderzoek richt zich zowel op de oorzaak van de botsing als op de maatregelen die daarna zijn genomen om de milieuschade te beperken.

Het tankschip Bow Jubail van het Noorse bedrijf Odfjell was ongeladen, maar zat wel vol stookolie voor de eigen aandrijving. Nadat het tegen een steiger was gebotst in de Derde Petroleumhaven stroomde 200 ton olie het water in. Vele honderden vogels, vooral zwanen, raakten daarmee besmeurd.

De Onderzoeksraad is vanwege de omvang van de milieuschade wettelijk verplicht om de zaak te onderzoeken. Omdat het schip in Noorwegen geregistreerd staat, werkt de raad samen met de autoriteiten in dat land. Het onderzoek gaat ongeveer een jaar duren, verwacht de OVV.

Om de met olie besmeurde zwanen te helpen, richtte Rijkswaterstaat langs de Nieuwe Waterweg een speciaal opvangcentrum op. Onder de noemer ‘operatie schone zwaan’ zijn daar honderden zwanen schoongeschrobt en verzorgd door experts en vrijwilligers. Ze worden weer losgelaten zodra hun vetlaag is hersteld. ,,Volgens de verzorgers mag ik pas weg als ik weer waterdicht ben. Anders zink ik als een baksteen”, schreef Rijkswaterstaat in een blogbericht vanuit het perspectief van een zwaan.

Havenwethouder Adriaan Visser (D66) zei vorige week tegen de gemeenteraad nog geen idee te hebben wat de oorzaak is van de aanvaring. ,,Het schip had een loods aan boord, windkracht 3 en helder zicht. Het is nog een volkomen raadsel hoe dit heeft kunnen gebeuren.” Het Havenbedrijf stelde eerder al Odfjell aansprakelijk.

Print Friendly, PDF & Email