Werknemers die om gezondheidsredenen minder uren moeten gaan werken, hebben recht op een gedeeltelijke transitievergoeding. Dat heeft de Hoge Raad bepaald in een procedure die de Algemene Onderwijsbond (AOb) had aangespannen voor een docente. De uitspraak leverde het AOb-lid zo’n 34.000 euro op en heeft volgens de bond grote gevolgen voor werknemers binnen én buiten het onderwijs.

De AOb spande de zaak aan voor een docente die vanwege haar gezondheid minder uren moest gaan werken. De standaardprocedure voor zo’n vermindering van het aantal uren is, dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd en de werknemer opnieuw in dienst wordt genomen, maar dan voor minder uren.

Bij het beëindigen van een arbeidsovereenkomst hebben werknemers recht op een transitievergoeding, een ontslagvergoeding die is gebaseerd op het aantal dienstjaren. Deze vergoeding geldt wettelijk echter alleen als de werknemer volledig stopt bij de werkgever.

”Wij vonden dat ons lid óók recht had op een transitievergoeding, voor het aantal uren dat zij minder ging werken”, zeggen Aob-advocaten Joost Aarts en Geert Wind. ”Daarom hebben wij deze zaak uitgevochten tot aan de Hoge Raad. Die heeft ons in het gelijk gesteld.”

De uitspraak geldt voor werknemers (binnen én buiten het onderwijs) die minimaal twintig procent minder moeten gaan werken. ”Veel mensen die worden geconfronteerd met een gedwongen urenvermindering, gaan profiteren van deze uitspraak”, zeggen de advocaten.

Print Friendly, PDF & Email