Om gebruik te kunnen maken van de vaargeul onder het hefdeel aan de kant van Pernis/Hoogvliet, moet de Oude Maas voldoende diep zijn. Met het verdiepen van de Oude Maas ten noorden van de Botlekbrug is dit weer een stukje dichterbij. Voordat het echt zo ver is, moet er onder de brug nog gebaggerd worden en het hefdeel aan Perniszijde uitvoerig getest worden.

In augustus 2018 wordt de vaargeul van de Oude Maas onder het westelijke hefdeel (Botlekzijde) gestremd voor de hoge scheepvaart in verband met werkzaamheden aan de omloopwielen. Omdat de Oude Maas een belangrijke vaarroute is, is het van belang dat de hoge scheepvaart door kan varen en gebruik kan maken van de vaargeul onder het oostelijke hefdeel. Dit kan echter pas als dit hefdeel uitvoerig getest is. Pas als deze testen goed verlopen zijn, kan de hoge scheepvaart gebruikmaken van de vaargeul aan Perniszijde en kunnen we de vaargeul aan de Botlekzijde stremmen.

Wat eerst nog moet en moest gebeuren is het verwijderen van de restanten van de oude Botlekbrug die daar nog onder water zitten. En de Oude Maas, onder andere een paar honderd meter ten noorden van de Botlekbrug, moest eerst nog verdiept worden. Geen eenvoudige klussen waarbij de scheepvaart ook nog onverminderd doorgaat.

Verdiepen Oude Maas

Ten noorden van de Botlekbrug ligt in de Oude Maas een zinkerbundel, een ‘bak’ waar verschillende belangrijke kabels en leidingen in liggen. Deze zinkerbundel wordt beschermd door stenen en klei die boven op de bak liggen. Dit alles was hoger dan de gewenste diepgang om gebruik te kunnen maken van de doorvaart onder de brug aan Perniszijde. Om de gewenste diepte te bereiken en tegelijkertijd de kabels en leidingen te blijven beschermen, heeft de aannemer Paans van Oord de ‘oude’ laag stenen en klei verwijderd en een nieuwe ‘lagere’ beschermlaag aangebracht.

Zinkstukken

Om de Oude Maas voldoende te kunnen verdiepen en de zinkerbundel voldoende te beschermen, is gebruikgemaakt van zinkstukken. Een zinkstuk bestaat uit een raster gemaakt van ‘wiepen’ die zijn samengesteld uit bossen wilgentenen (van knotwilgen). Dit raster is bevestigd op een speciaal doek. De zinkstukken zijn op land gemaakt en vervolgens over het water naar de juiste locatie gesleept.

Ter hoogte van de zinkerbundel, de grootste ondiepte, is afgegraven tot -9,00m NAP en vervolgens is de zinkerbundel afgedekt met een zinkstuk waarop stenen zijn gestort. De steenbestorting is opgevuld met colloïdaal beton (onderwaterbeton). Een technische uitdaging in de snelstromende Oude Maas. Het aanbrengen is daarom uitgevoerd op momenten waarop de stroming het minst was.

Door deze manier van stenen storten en opvullen met beton kunnen we de bedekking beperkt houden, de Oude Maas op voldoende diepte houden en de zinkerbundel optimaal beschermen. De vaargeul is daar nu uitgediept tot -8,60m NAP. Vanwege de zinkerbundel kan dat dus niet dieper.

Verwijderen restanten oude Botlekbrug

Een tweede klus is het verwijderen van de pijlers van de oude brug. Het sloopwerk speelt zich af tot een diepte van 18 m onder het wateroppervlak. De pijlers van de oude Botlekbrug die nu nog in de Oude Maas staan lijken op ijsbergen; onder water schuilt véél meer dan erboven. De oerdegelijke pijlers bestaan uit betonnen casco’s, dichte stramienen van funderingspalen en onverzettelijke damwandschermen en voor ieder constructiedeel is een specifieke sloopmethode vereist. Er wordt gehamerd met zware hydraulische sloophamers vanaf een ponton. Er wordt gebaggerd vanaf een beunschip. Vanaf het Diving Support Vessel wordt (dag en nacht) door duikers gebrand en gesneden. En vanaf een werkschip wordt getrild en gehesen. Op het water zijn we met een vloot aan drijvend materieel aan het werk.

Als ook deze werkzaamheden klaar zijn, alles opgeruimd is en het testen goed gegaan is, kunnen diepstekende schepen, in overleg met de loods, gebruikmaken van de oostelijke doorvaart. Dat is het moment dat de werkzaamheden voor het vervangen van de omloopwielen op het hefdeel aan Botlekzijde kunnen beginnen.

Print Friendly, PDF & Email

Bron: Rijkswaterstaat

Tekst: Rijkswaterstaat