De bewering van de Pegida-leiders, dat de politie in Rotterdam niet in staat zou zijn geweest om bij het doorgaan van hun demonstratie – het braden van een varken aan het spit schuin tegenover de ingang van de Turkse moskee aan de Gruttostraat in Rotterdam Charlois-  hun veiligheid te kunnen garanderen, is onjuist.

Er waren gisteravond rond de Laleli-moskee vijf- tot zeshonderd Turken en nieuwsgierigen aanwezig, maar ook honderd politieagenten. Die laatsen hoefden niet in actie te komen. De kleine correcties, die op de mensenmassa moesten worden toegepast (gezamenlijk een paar stappen achteruit om de plek voor de aankomende en uiteindelijk niet verschenen Pegida-mensen vrij te houden) werden uitgevoerd door particuliere bewakers, van wie het merendeel Turkse Nederlanders. Er viel daarbij geen wanklank en er was ook geen verzet.

Als Pegida de daad bij het woord had willen voegen (door te demonstreren) was de aniti-islamgroepering omringd geweest door de politie. Verdere prognoses spelen geen rol, omdat ‘de confrontatie’ niet heeft plaatsgevonden. Daar waren velen over opgelucht, omdat dit – wanneer het gebeurd was – de eerste kleine burgeroorlog was geweest.

 

Print Friendly, PDF & Email