‘In gelul kun je niet wonen’, zei het Amsterdamse raadslid Jan Schaefer ooit. Daarmee gaf hij mooi aan dat er nog wel eens spanning bestaat tussen wat politici zeggen en wat ze doen. Want hoewel praten een groot onderdeel van het werk is, zijn politici er natuurlijk uiteindelijk om beslissingen te nemen en om dingen voor elkaar te krijgen. Ze zijn er niet om over huizen te praten maar om ze te bouwen, in het voorbeeld van Schaefer.
Daar zal iedereen het mee eens zijn, maar toch is er ook in de Rotterdamse politiek een eigenaardige spanning tussen het zeggen en het doen en tussen wat daarover wordt beweerd en de realiteit. Het korte politieke seizoen sinds de verkiezingen heeft wat dat betreft al een paar interessante gevallen opgeleverd.

Als eerste schiet dan natuurlijk de coalitievorming te binnen. Er wordt gezegd dat kiezers buitenspel zijn gezet, maar ook voor rechtse kiezers die niet op de VVD hebben gestemd zitten in de middencoalitie eigenlijk alle belangrijke punten. Allereerst kunnen wij 168 van de 200 actiepunten uit ons verkiezingsprogramma gaan uitvoeren. Daar komen nog heel veel van de to do’s bij die we tijdens de campagne aan voordeuren hebben opgehaald.
Bovendien hebben we op veiligheids- en integratiegebied nog veel belangrijke verbeteringen in het akkoord gekregen, zoals een stop op opruiende buitenlandse politieke bijeenkomsten en gebiedsverboden voor haatpredikers.

Men kan er als partijen de pest over in hebben dat zij niet degenen zijn die het beleid uitvoeren, maar luidkeels en met veel misbaar roepen dat kiezers buitenspel zijn gezet is gewoon onjuist. Er gaat ongelofelijk veel voor ze worden gedaan.

Een ander interessant voorbeeld is de kwestie De Evenaar. Lang verhaal kort: De Evenaar is een oud verzorgingshuis in Oosterflank, waar met een nieuwe invulling o.a. 35 licht psychologische patiënten worden gehuisvest. Omdat er al overlast is van een naburige verslavingsopvang, is een flink deel van de omwonenden tegen dit plan. Zo ook in eerste instantie wij, omdat het er lang op leek dat er inderdaad kans op meer overlast zou zijn.

Die vrees bleek deels te berusten op een verkeerd beeld van het soort mensen dat er gaat worden opgevangen. Daarnaast komen er talloze verbeteringen voor de wijk en, op ons voorstel, een stevig veiligheidspakket. De overlast in de wijk gaat zo eerder flink af dan een beetje toenemen en Oosterflank wordt alles bij elkaar zo’n beetje de veiligste wijk van Rotterdam.
Als je dat voor elkaar kunt krijgen, dan moet je het doen – ondanks dat het in de media minder lekker bekt en het niet is wat de omwonenden wilden horen. En dus ging ook in dit geval een aantal partijen met veel theater luid en duidelijk ‘aan de kant van de omwonenden staan’, maar nam een beslissing die recht tegen hun belang in gaat: men stemde tegen het plan, wat voor de omwonenden nog meer onzekerheid en geen van al de verbeteringen in de wijk zou betekenen.

De moraal van beide verhalen: in een tijd waarin politici er steeds vaker voor kiezen om mensen met ronkende taal naar de mond te praten, is het interessant om eens stil te staan bij wat hun beslissingen eigenlijk zeggen. Wat dan blijkt is dat degene die het hardst roept dat hij voor je opkomt, niet altijd degene is die dat met zijn beslissingen ook echt doet. Sterker nog: meestal niet. Dat is belangrijk om te weten, want Schaefer had groot gelijk – en dat heeft hij nog steeds.


Tim Versnel is gemeenteraadslid voor de VVD

Print Friendly, PDF & Email