Zaterdagmiddag tegen de klok van drie, hartje Rotterdam. Het zonnetje schijnt. De mensen sjokken met een tevreden glimlach door de stad. De goede aanbiedingen zijn gevonden en de inkopen zijn weer gedaan. Terrasjes raken rustig aan gevuld. Er wordt gelachen. Een biertje besteld. Alle gebouwen staan nog.
Ik zie nergens kogelgaten of erger.
Ik laat het op me inwerken en haal opgelucht adem.
Het leek allemaal helemaal niet meer vanzelfsprekend toen, nog maar een paar dagen geleden, door verhitte hoofden niets minder dan de burgeroorlog werd afgekondigd.
Ik loop al wat jaren in de politiek mee, maar nog niet eerder werd me het verschil tussen de parallelle universums van de politici, opinie- en stemmingmakers enerzijds en de rest van de samenleving anderzijds zo indringend duidelijk als deze week.

De aanleiding was helder.
Tien weken na de verkiezingen, na opnieuw een impasse, hakten wij de knoop door om zonder Leefbaar Rotterdam te proberen een coalitie te vormen. Met heel veel tegenzin, maar we zagen ons ertoe genoodzaakt.
Bij de linkse partijen groeide intussen de ergernis over onze vasthoudendheid: wij wilden perse een coalitie met Leefbaar en zij wilden dat perse niet.
Daardoor ontstonden er serieuze plannen om de linkse versplintering te overwinnen en een geheel links bestuur te vormen. Dan zou Rotterdam Amsterdam achterna gaan en dat was voor ons onverteerbaar. Daarom gingen wij, als je het zo wilt noemen, ‘door de pomp’.
Maar wij zien dat anders: wij hebben verantwoordelijkheid gepakt, waartoe de week ervoor in elke krant werd opgeroepen, en we behoeden de stad voor guurlinks beleid.

Dat Leefbaar en diens supporters daar desalniettemin grondig van baalden snap ik heel goed. Dat veel commentatoren en duiders er kritisch op zijn, ook. De grootste partij aan de kant zetten, dat doe je niet zomaar. Maar dan kom ik weer op die parallelle universums. Letterlijk alle Rotterdammers die ik er buiten het universum van politici, opinie- en stemmingmakers over sprak halen hun schouders erover op – net als over het eindeloze wie-met-wie destijds tijdens de campagne. Welke partijen het zijn die er besturen doet er voor hen niet toe, als het maar de goede besluiten zijn – en ze hebben groot gelijk!

Dat dus door het afvallen van een partij de democratie dood wordt verklaard of zelfs een burgeroorlog wordt aangekondigd, wat we deze week in alle ernst gedaan zagen worden, is niet alleen belachelijk, maar het laat ook zien dat men het contact met de mensen thuis en op straat compleet kwijt is.
Politici worden groter gemaakt dan ze zijn. Ze zijn niet belangrijk. Ze zijn een middel. Ze zijn als het erop aankomt uiteindelijk allemaal volstrekt inwisselbaar. Als je belangrijk wilt zijn moet je geen politicus worden, maar agent, dokter, vader of moeder.

Het enige wat telt is wat het nieuwe bestuur, als dat er in de voorgenomen samenstelling komt, de komende jaren gaat doen.
Het enige wat telt is of het leven voor alle Rotterdammers die zijn gaan stemmen elk jaar een beetje beter wordt.
Het enige wat telt is het resultaat. En daar horen politici, inderdaad, keihard op te worden afgerekend.
Wij kijken ernaar uit.

Tim Versnel is raadslid VVD Rotterdam.

Print Friendly, PDF & Email

Laat een reactie achter