door Jim Friederich
Het is een spannende periode voor de medewerkers van Museum Rotterdam. Het museum, beter gezegd: ontmoetingsplek van de stad, is genomineerd voor de BankGiro Loterij Museumprijs van 2019. Tussen het werven van stemmen door, spreken wij met museumdirecteur Paul van de Laar.
Topdrukte dus. En dat is te zien. Op het kantoor aan het Rodezand controleert Van de Laar tussendoor af en toe de reacties van bezoekers. ‘’We hopen de prijs natuurlijk te winnen, maar zijn al heel erg vereerd met de nominatie.’’
Wat Van de Laar betreft is het succes van Museum Rotterdam te danken aan een piekfijn uitgestippelde lijn: ‘’Het is vooral een combinatie van twee factoren. We zijn een zeer laagdrempelig museum en zijn continu in gesprek met de Rotterdammer.’’
Die laagdrempeligheid resulteert in één keer per maand gratis toegang op zaterdag. ‘’En weet je wat zo leuk is? We hebben zelfs de RET bereid gevonden om hiervoor gratis OV-tickets beschikbaar te stellen. Zo is er dus totaal geen drempel voor mensen die een bezoek aan ons willen brengen, maar dat bijvoorbeeld om financiële redenen niet kunnen. We willen iedereen met open armen ontvangen, en dat lukt tot nu toe best aardig’’, vindt Van de Laar.
Maar naast de laagdrempeligheid is dagelijks in verbinding staan met de Rotterdammer minstens zo belangrijk voor het energievolle museum. ‘’We zijn gestart met het participatieproject Echt Rotterdams Erfgoed. We zoeken steeds naar allerlei nieuwe manieren om in contact te zijn met stadsgenoten. Dat was in het begin een uitdaging omdat dit een stad is die altijd in beweging is. Wie is die Rotterdammer en waar vind je die? Ondanks dat hebben we het vanaf moment één wel buitengewoon belangrijk gevonden. Er zijn in deze stad zoveel culturen en verhalen. Als je die wil vastleggen, moet je twee dingen doen: steeds het gesprek aangaan en uitermate publieksvriendelijk zijn. Het is een zoektocht die nooit eindigt.’’
Die publieksparticipatie resulteerde bijvoorbeeld in de expositie Party People, die nu te zien is. ‘’Ik zat met voormalig-stadsdichter Derek Otte op een terras en hij kwam met het idee om een expositie te maken over de Rotterdamse uitgaanscultuur. We hebben dit gekoppeld aan party-icoon Ted Langenbach en er ontstond een prachtige expositie.’’ Een tentoonstelling over twee generaties uitgaanscultuur waarbij actuele ontwikkelingen in de Rotterdamse uitgaansscene worden gekoppeld aan de periode waarin het allemaal begon: de jaren '90.
Andere voorbeelden: een expositie over het roemruchte Perron Nul in de jaren ‘90, die samen met dominee Dick Couvée is ontwikkeld. ‘’Zo ontwikkelen we een laagdrempelig aanbod.’’ En de reacties van bezoekers zijn volgens Van de Laar overweldigend: ‘’We kregen verbaasde reacties van Rotterdammers’’, zegt de museumdirecteur. ‘’Goh, dat hebben we nooit gemerkt. Een museum is altijd zo veraf, zijn we daar wel welkom?’’, is één van de vragen waarmee bezoekers soms nog wel eens binnenstappen. ‘’Maar na tien minuten zijn ze die die opvatting al vaak vergeten hoor’’, grapt Van de Laar.
Stadslab
In de race voor de Museumprijs gaat Rotterdam de strijd aan met musea in Schiedam en Eindhoven. Aan de titel is een geldbedrag van 100 duizend euro verbonden. ‘’En dat geld kunnen wij erg goed gebruiken’’, vindt Paul. ‘’We willen daarmee een stadslab ontwikkelen voor Rotterdamse kinderen waarin zij kunnen dromen over en bouwen aan de stad van morgen.’’
Volgens hem is het erg belangrijk om kinderen in een jonge fase al mee te laten bouwen. ‘’Het is nooit verkeerd om jeugd de vraag te stellen in wat voor stad zij later willen wonen. Zij worden de ambassadeurs van de toekomst en we gaan hen laten meebouwen ook.’’
Politiek
Maar niet alleen in de vorm van een financiële bijdrage zou de prijs goed zijn voor Museum Rotterdam, denkt hij. Ook het aanzien en de contacten met ‘de Coolsingel’ (politiek, red.) en andere stakeholders zou de prestigieuze titel voor een impuls kunnen zorgen. ‘’We bewegen langzaam naar een kant waarin we meer willen gaan ontdekken. Dat zal niet altijd direct leiden tot hogere bezoekerscijfers. Wij zijn geen Kunsthal, geen Maritiem Museum en geen Boijmans. Wij hebben een andere plek. Ik zou het college van B&W dan ook willen oproepen: help ons om die plek te realiseren. En als we die prijs winnen, kunnen we zeggen: dit is de beloning daarvoor. Aan de hand van publiek kun je direct meten, maar wij willen ook impact maken. Maar hoe meet je impact? Dat zijn indirecte aanwijzingen. En dat moeten we gaan uitleggen. Een dergelijke prijs zou fantastische winst zijn.’’
‘’Als iedereen in de stad roept: Museum Rotterdam is er voor iedereen, is deelgenoot en doet aan burgerschapsvorming, dan ben ik dik tevreden.’’
Stemmen op Museum Rotterdam kan tot 8 mei via deze link. De winnaar wordt op 17 mei bekend gemaakt.