mainImage

Correctie perikelen

11 juni 2022, 20:27 uur
Columns

Nu overal de vlaggen met schooltassen weer verschijnen komen voor mij na een carrière van 32 jaar bij het onderwijs weer herinneringen en nostalgische gevoelens naar boven. Je hebt een band met je leerlingen opgebouwd en je hoopt op goede resultaten; misschien ook omdat die een beetje afstralen op jou als docent.

Bij lesgeven hoort onvermijdelijk ook toetsen. Na een schoolcarrière dient de samenleving te weten op welk niveau een leerling kan presteren. Je krijgt een VWO- of een VMBO-stempel; de enige manier van discriminatie in ons land die is toegestaan. Merkwaardig feit is, dat in de vooropleiding als docent vrijwel geen aandacht wordt besteed aan de wijze waarop je cijfers moet geven. Je moet het helemaal zelf uitvogelen.

Voor het eindcijfer ligt dat anders. Dat wordt bepaald door een aantal schoolexamens (schoolonderzoeken) en een centraal schriftelijk examen dat landelijk wordt afgenomen. Het cijfer van de gemiddelde schoolonderzoeken mag niet veel afwijken van het cijfer voor het centraal schriftelijk. Meestal worden de schoolonderzoeken door vakcollega’s gezamenlijk gemaakt.

Op scholen waar meer docenten leerlingen hebben die op hetzelfde niveau les krijgen, kan dat tot rivaliteit leiden: wiens leerlingen scoren het hoogst?

Op een gegeven moment kwam een collega-biologie naar me toe met de vraag of ik even in zijn klas wilde komen kijken; ik gaf op die afdeling (HAVO) overigens geschiedenis. Mijn collega was in een soort concurrentiestrijd verwikkeld met een andere biologiedocent aan wiens capaciteiten wij beiden twijfelden.

“Zie je die kruising op het bord” vroeg hij en vervolgde toen ik knikte: “Dat is één van de opgaven uit het volgende schoolonderzoek en daar staan er nog drie.”

“Laten staan en de conrector erbij halen” adviseerde ik hem. Uiteindelijk resultaat: het schoolonderzoek ging niet door, maar het had geen directe gevolgen voor de betreffende collega. Later bleek, dat hij een reden had zijn gemiddelde cijfer op te krikken.*

Als docent moet je ook het landelijk-examenwerk van een collega werkzaam op een andere school corrigeren: de zogenaamde tweede correctie. Daarvoor heb je een correctiemodel, dat uitvoerig besproken is en dat je ook voor je eigen correctie gebruikt hebt. Ik deed de tweede correctie altijd steekproefsgewijs. Ik pikte de leerlingen die net geslaagd of net gezakt waren eruit; vrijwel altijd ging ik akkoord met mijn collega’s.

Eén keer weigerde ik de lijst te tekenen. Mijn tweede correctie betrof de examens van een categoriaal gymnasium in onze stad. Ik begon steekproefsgewijs, maar ging snel verzitten en besloot alles te gaan corrigeren om daarna mijn rector (ook historicus) te vertellen, dat ik weigerde te tekenen: vrijwel alle leerlingen kregen een te hoog examencijfer. Het gemiddelde kwam daardoor net boven een zeven uit. Ik belde mijn merkwaardig corrigerende collega en vertelde hem dat ik niet akkoord ging met zijn correctie. Hij kwam de volgende dag bij ons op school langs.

“Kijk“, zei ik: “Hier heeft u iets goed gerekend dat 100% fout is en daar heeft u die dezelfde vraag met het juiste antwoord ook goed gekeurd.”

“Dat komt, omdat ik het verkeerd verteld heb en daar mogen mijn leerlingen niet de dupe van worden,” antwoordde hij.

“Dan had u het beste alles verkeerd kunnen zeggen, dan had iedereen een dikke voldoende gehaald,” zei ik, maar hij negeerde het.

“Bij deze leerling kom ik 15 punten lager uit”, zei ik bij een andere examen. “Dat is een Turks meisje en die verdient wel een extraatje” zei hij tot mijn verbijstering.

“U bent net door onze school gelopen. 80% van de leerlingen hebben een niet Nederlandse achtergrond. Stel dat ik zo zou gaan cijferen. Als ik uw wijze van beoordelen accepteer, dan benadeel ik mijn eigen leerlingen. Sorry, ik teken niet.”

Toen mijn rector, een goede vriend en collega, van mijn perikelen hoorde, vertelde hij contact op te nemen met zijn collega-rector. Een dag later kwam hij langs en zei: “Ik heb voor je getekend Sör. Laten we één ding constateren: hij heeft geen enkele leerling benadeeld en sorry de inspectie inschakelen geeft zo’n rompslomp.”

Ik pikte het, omdat ik hem een heel prettige baas vond. Wat ik van mijn gymnasiale collega vond, houd ik maar voor me.

 

*Betreffende “collega” werd later stilletjes van school verwijderd, omdat bleek dat hij - na drie jaar lesgeven, waaronder examenklassen HAVO  - geen enkele onderwijsbevoegdheid had. Zijn biologische kennis had hij opgedaan als dierenverzorger. Ik was gaan twijfelen toen hij me vertelde bezig te zijn aan een proefschrift, waarin hij wilde bewijzen dat sommige enzymen meerdere functies kunnen hebben. 100% de waarheid! (zoals alles dat ik opschrijf 😉)