De laatste dagen van een verkiezingscampagne staan altijd in het teken van canvassen: het werven van de laatste kiezers. Dus ook ik trok vandaag in mijn roze-blauwe outfit de Rotterdamse wijken in. Niet met flyers, maar met kleine spiegeltjes van JOU, Lijst Verkoelen, die ik een voor een in de brievenbussen liet glijden.
Natuurlijk koos ik strategisch. Wijken waar je in korte tijd veel mensen bereikt. In Rotterdam zijn dat de grote flatwijken, waar je binnen een paar vierkante meter soms wel honderdvijftig brievenbussen tegenkomt. Het werk schiet daar lekker op.
Aan het eind van een intensieve campagne is dat bijna een meditatieve bezigheid. Trap op, hal binnen, klepje open, spiegeltje erin. De rust van die herhaling brengt de gedachten vanzelf op gang. Na een paar portieken begon ik me de mensen achter al die brievenbussen voor te stellen.
De naambordjes vertelden hun eigen verhalen. Oer-Hollandse namen naast exotische namen die ik nauwelijks kon uitspreken. Meestal stond er een naam op het bordje, soms twee. Maar soms stonden er zoveel op dat ze nauwelijks op het kleine plaatje pasten.
Sommige brievenbussen waren leeg, bijna steriel. Andere puilden uit van folders en enveloppen. Hier en daar was een bus dichtgetimmerd. En bij een enkele stond dat de post op een ander huisnummer moest worden bezorgd.
Het viel me op, net als de samenleving zelf zijn ook brievenbussen een spiegel van diversiteit.
En terwijl ik daar stond met mijn stapel spiegeltjes, begon mijn fantasie te werken.
Zouden de bewoners van die uitpuilende brievenbussen ook zo leven? Met stapels papieren op de keukentafel en ongeopende enveloppen op de kast? Of laat iemand de post bewust liggen, omdat er misschien toch alleen maar aanmaningen in zitten?
En die bordjes waar zoveel namen op staan dat ze bijna over elkaar heen buitelen, wonen daar grote gezinnen achter? Mensen die dicht op elkaar leven in een woning die eigenlijk te klein is? Of vinden ouders het juist mooi als hun kinderen volwaardig op het naambordje staan, alsof ze daarmee al een beetje hun plek in de wereld krijgen?
En wat te denken van die dichtgespijkerde brievenbussen? Staat daar ergens in dat flatgebouw een woning leeg? Of komt de post van de bewoner niet meer hier terecht, maar op het bureau van een instantie die zich over zijn of haar leven heeft ontfermd?
Bij de exotische namen merkte ik hoe snel je gedachten een eigen richting kiezen. Natuurlijk hoeven die namen helemaal niets te zeggen over waar iemand vandaan komt. Maar toch vroeg ik me af: voelen deze mensen zich al thuis in ons koude kikkerlandje? Begrijpen zij al die brieven vol regels, formulieren en bureaucratie die hier zo graag door de brievenbus vallen?
Op zo’n canvasochtend trekt de hele samenleving in het klein aan je voorbij. Achter elk klepje schuilt een leven. Soms vol geluk en plezier, soms ook vol zorgen, verdriet of strijd.
En juist dat maakt dat ik zo van dit land hou. Van ons multiculturele kikkerlandje, met al die verschillende mensen, verhalen en achtergronden die samen onze wijken vormen. Voor geen goud zou ik ergens anders willen wonen.
Als politica weet ik natuurlijk dat ik het verdriet achter al die voordeuren niet zomaar kan wegpoetsen. Daarvoor moet ik de politieke arena in. Soms stevig, soms luid, soms koppig. Want dat hoort bij het werk van een volksvertegenwoordiger.
Maar terwijl ik vanmorgen van brievenbus naar brievenbus liep, zag ik ook iets anders: een land dat rijk is. Welvarend. En vooral een land dat, als we het samen willen, voor iedereen een mooie en voorspoedige plek kan zijn.
En dus stopte ik met overtuiging mijn kleine spiegeltje met QR-code van JOU, Lijst Verkoelen in al die verschillende brievenbussen.
Misschien kijkt iemand straks even in dat spiegeltje en beseft dat politiek uiteindelijk gewoon begint bij onze eigen voordeur.