In 1878 eist Arnold Snackey gelijke behandeling op

11 January 2026, 13:30 uur
Columns
mainImage

In 1878 is er heldenmoed voor nodig in te doen wat de Indo-Europese journalist Arnold Snackey deed en dat was eisen stellen. Hij eiste een gelijkwaardige behandeling voor zowel de Indische als de Hollandse Europeaan in 's lands dienst. Die was er niet, vond hij. Daarom heette zijn artikel 'Meten met twee maten'.
Het is een geweldig stuk. Want: 1  hij klaagt aan, hij bedreigt, hij leest het koloniale gezag de les en scherp ook; 2  dat was tamelijk ongepast anno 1878, maar Arnold Snackey heeft geen zin in nederigheid of aanpassen en 3 hij gebruikt de term sinjo als geuzennaam. Sinjo, als sinjeur, als seigneur, heer.

Die term is tot op de dag van vandaag beladen.

Maar niet bij deze man.

Ik kwam zijn naam tegen in het prachtige boek van Gerard Termorshuizen 'Journalisten en heethoofden', over de Indisch-Nederlandse dagbladpers 1744-1905. Wat er bekend was over deze  Arnoldus Franciscus Snackey (circa 1850-1896), staat daar ook in, al is het niet veel. Snackey is Indisch, meertalig en hij werkt voor kranten. Hij maakt deel uit van het driemanschap dat aan het begin staat van de Indo-Europese pers, als zij in 1877 het Padangsch Handelsblad overnemen. De andere twee zijn H. Verleye en F.K. Voorneman. Deze drie beginnen de beweging 'Jong Indië',  die aandacht en rechten vraagt voor de arme Indo-Europeanen, die beperkt toegang hebben tot onderwijs en in hun werk nogal eens verdrongen worden door pas aangekomen Hollandse 'presentkaasjes'.

Een jaar na deze overname verschijnt dat artikel 'Meten met twee maten' dus in de krant. Er ontstaat een rel met alle consequenties van dien.

Het artikel verscheen als 'Ingezonden stuk', op 12 december 1878 in De Locomotief. De ondertekening was: X. Anoniem dus. Dat zou snel veranderen.

Het begint kalm:  'Het is sinds jaren opgemerkt, dat de hoogste posten van den Indischen dienst zich in handen bevinden van in Nederland geborenen.'

Na die constatering gaat het hard door: sinjo's worden klein gehouden, in de lagere rangen, mogen geen goed onderwijs krijgen. Dan staat er '’t Behoort toch helaas nog niet tot het verledene, dat de Sinjo zijn rasgenooten onder een of ander voorwendsel uit ’s lands dienst kon zien wegjagen, zoodra zij maar kans hadden om hoofdofficier of hoofdambtenaar te worden. Alleen in tijd van nood maakt men een uitzondering op dien fatalen regel, ook om den Sinjo zoet te houden door hem er op te wijzen, dat hij bij „geschiktheid” in ’s lands dienst vooruit zal komen.

Er is sprake van een 'stelselmatige achteruitzetting', van onrecht dat bleef 'voortwoekeren'. Dus, beweert het artikel nu al, het gouvernement liegt en is onrechtvaardig. De journalist gaat dreigen met opstand en verzet. De ontevredenheid onder de sinjo's is immers toegenomen, zegt hij. Als het artikel dan ook nog de overheid aanmaant 'maatregelen' te nemen, omdat er iets aan gaat komen, is de ondertekenaar 'X' veel te ver gegaan.

De Indische pers was immers gebonden aan een drukpersreglement. De orde in de kolonie mocht niet worden verstoord door toon of inhoud. Wie te ver ging, beging een drukpersdelict en kon verbanning of gevangenisstraf tegemoet zien.

Al snel werd duidelijk hoe de lepel in de rijst stak. De schrijver was Arnold Snackey, maar het was zijn mederedacteur van het Pandangsch Handelsblad H. Verleye die het had ingezonden. Er werd al snel een rechtsvervolging tegen Arnold ingesteld. In een onnavolgbare redenering kreeg niet Snackey maar de inzender van het artikel H. Verleye drie maanden gevangenisstraf. Het zou niet de laatste keer zijn. Ook Snackey belandde in de gevangenis, voor een ander delict.

Maar de geest was uit de fles. De Indo-Europese pers groeide en ontwikkelde zich, Indische stemmen lieten van zich horen en nu. De sinjo zweeg niet meer.

 

https://www.indischeschtijfschool.nl