Museum Boijmans van Beuningen gaat niet in gesprek met de erfgenamen van Abraham Bredius om te kijken of het mogelijk is dat de 25 topstukken van der kunstkenner uit het Mauritshuis in Den Haag naar Rotterdam verhuizen, omdat ze daar – volgens een motie van de gemeenteraad – beter tot hun recht zouden komen. De directie van het museum heeft de gemeenteraad eraan herinnerd dat zij sinds de verzelfstandiging zelf bepaalt welke nieuwe objecten worden verworven en ook zelf de contracten maakt.
In het geval van de topstukken van Abraham Bredius geldt bovendien dat bruikleengevers vaak eisen stellen aan de bruikleen en die eisen hebben consequenties voor de exploitatie van het museum. Bijvoorbeeld over de zichtbaarheid van de werken (allemaal op zaal) of over het beheer (onderzoek doen, restauraties etc). De directie van Museum Boijmans Van Beuningen heeft daarom nogmaals aangegeven aan de gemeenteraadsmotie geen uitvoering te willen geven. Ongeacht de uitkomst van de rechtszaak, omdat zij dit ongepast en oncollegiaal vinden.
Boijmans van Beuningen komt aan nieuwe objecten overigens niets te kort. De directie laat weten dat het museum jaarlijks veel tijd besteed aan gesprekken met (potentiële) schenkers en bruikleengevers, ‘’waardoor de collectie van de gemeente Rotterdam per jaar met honderden objecten toeneemt’’.